Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bladen zijn rose, omgekeerd eirond, 2-lobbig, weinig langer dan de kelk. De 4 stempels staan kruiswijs uitgespreid (fig. 602). De doosvrucht is behaard, de zaden zijn omgekeerd-eirond, bruin, overlangs gestreept. 3-6 dM. 4- Jur"—September. .

De variëteit ,3. verticillatum') v. d. Bosch heeft 3-tallige kransen van bladen en is bij Deventer, Nijmegen en Klein Ameliswaard gevonden, de var. y. gracile'1) v. d. Bosch op Zuid-Beveland.

Biologische bijzonderheden. Bij E. montanum, parviflorum en andere kleinbloemige soorten bestaat de stempel uit 4 kruiswijs uitstaande dikke lobben. Als de kroonbladen voor het eerst uit elkaar gaan, wat steeds in. den vroegen morgen geschiedt, stpan de helmknopjes onder de dan al voor bestuiving geschikte stempels, maar in den loop van dien dag verlengen zich de helmdraden zoo sterk, dat de helmknopjes tusschen de openingen van de stempelslippen komen te staan. Intusschen zijn de knopjes opengesprongen en reeds op den avond van dien dag heeft zelfbestuiving plaats door neervallend stuifmeel. Gedurende den nacht sluit zich de bloem en staat wat geknikt, maar als op den volgenden morgen de bloem weer opengaat, blijken zich de helmdraden nog wat verlengd te hebben, zoodat er2 of 3 helmknopjes zelfs iets boven de stempels staan en deze ten deele bedekken. Waar dus op den vorigen dag de stempels stonden, bevindt zich nu een kluwen van met stuifmeel bedekte helmknopjes en daarvan komen bezoekers het stuifmeel halen en brengen het op andere bloemen over. Was dus op den morgen van den eersten dag alleen kruisbestuiving mogelijk, op den avond van dien dag had zelfbestuiving plaats en op de volgende dagen is er stuifmeel voor kruisbestuiving van andere bloemen beschikbaar. Terwijl gewoonlijk in bloemen zelfbestuiving optreedt in het laatst van den bloeitijd, is dat hier niet het geval. Het insectenbezoek is bij de soorten met kleine bloemen veel geringer dan bij die met groote.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in geheel Europa op beschaduwde plaatsen en aan heggen voor en is bij ons vrij algemeen, vooral op diluvialen zandgrond, in de duinen en op loss.

E. parviflorum ') Schreb. K1 einb 1 oem-basterdwederik (fig. 603).

Deze plant heeft een afgeknotten wortelstok, waaruit eerst, nadat de

vruchten rijp zijn en het bovenste deel van den stengel is afgestorven, uitloopers komen, die tot bladrosetten uitgroeien, welke wel wortelen, maar meest nog geen stengels vormen. De stengel is rechtopstaand, al of niet vertakt, zacht behaard met één soort van haren, zonder verheven lijsten. De bladen zijn lancetvormig of langwerpig, meest zacht behaard, getand, de onderste zijn kort gesteeld, van boven donker, van onderen lichter groen.

De bloemknoppen zijn stomp met ongestekelde kelkslippen. De bloemen zijn klein (6-7 mM in

middellijn), rechtopstaand. De kelkslippen zijn EFuobium pamfiorum

spits, behaard met rooden rand, de kroonbladen Fig. 603.

zijn lichtpurper, 2-Iobbig, nauwelijks langer dan de kelk. De 4 stempels

') verticillatum = kransdragend. -) gracile = slank. parviflorum = kleinbloemig.

Sluiten