is toegevoegd aan uw favorieten.

De flora van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. Vrouwelijke bloemen in een krans aan den voet der armbloemige, voor het opengaan overhangende, uit afwisselend staande bloemen bestaande, mannelijke aar.

M. alternitliirum blz. 507.

M. verticillatum') L. Kransvederkruid (fig. 616).

Myriophyllum verticillatum

Fig. 616.

M. proserpinacoides -> Gil.

Deze plant is tweehuizig.

De wortelstok dezer plant is meest vertakt en kruipt horizontaal in het bodenislib met wortels in de knoopen en daaruit komen lange, dunne, draadvormige, onbehaarde, al of niet vertakte stengels, die de bladen in 5-6-tallige kransen dragen. De bladslippen staan tegenover elkaar.

De bloemaren zijn 10 a 20 cM lang, afgebroken, veelbloemig, rechtopstaand, tot aan den top bebladerd, roodachtig. De kroonbladen zijn zeer klein, tandvormig, rose. 5-36 cM. i-. Juni—Augustus.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in bijna geheel Europa in slooten, vaarten en vijvers voor en is bij ons vrij algemeen.

Dicht vederkruid.

Zij heeft gladde iets blauwgroene bladen, die kamvormiir

vierdeelig zijn en in dichte kransen van 4 of 5 staan: De bladslippen zijn haarvormig of soms lijn-spatelvormig, aan ieder blad 20-25. Aan den voet der bladen (en tusschen de bloemen) staan kleine, op witte haren gelijkende steunbladen. De vrouwelijke bloemen hebben geen kroonbladen. liet vruchtbeginsel is glad, doch de stempels zijn wit, vedervormig.

Voorkomen. De plant behoort thuis in Chili en Uruguay, doch wordt bij ons in kassen gekweekt en is uit den Leidschen hortus verwilderd waargenomen, doch slechts gedurende één jaar.

M. spicatum ;) L. Aarvederkruid (fig. 617).

Deze plant gelijkt veel op M. verticillatum, doch de in de determinatietabel opgegeven kenmerken onderscheiden haar

voldoende.

De wortelstok kruipt in het slijk van den bodem en zendt kruipende stengels uit, die zich dicht bij den waterspiegel plotseling recht omhoog heffen. In stroomend water zweven de stengels en verheffen zich alleen met de toppen naar boven. De stengels zijn vertakt, onbehaard en dragen meest 4-tallige bladkransen. De slippen der bladen staan meest tegenover elkaar.

De bloemaren zijn verlengd, afgebroken, veelbloemig. In de mannelijke bloemen wisselen de kelktanden af met de 3 a 4 maal zoo groote, rose gekleurde kroonbladen, in de vrouwelijke

is de kelk weer vierdeelig, doch de bloemkroon ontbreekt. De onderste schutbladen zijn even lang als of iets langer dan de kransen. 3-15 dM. Juli—September.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in geheel Europa in vaarten, slooten en vijvers voor en is bij ons algemeen.

Myriophyllum spicatum

Fig. 617.

') verticillatum — kransdragend. -) proserpinacoides = negenmaal schijnend voort te kruipen. ■') spicatum = aardragend.