Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Groep 2. Potentilleae Spr.

Bloembodem vlak of gewelfd. Stampers meest talrijk, tot een hoofdje vereenigd zelden weinige. fi '

Gels. Geum, Rubus, Fragaria, Comarum, Potentilla, Alchemilla Groep 3. Poterieae Rchb.

Bloembodem kroesvormig, de vrucht geheel insluitend, hard wordend. Vruchtbeginsels 1-4. Vruchten nootachtig, 1-zadig, bij rijpheid dus geheel in den verharden bloembodem ingesloten. Stijl eindelings.

Gesl. Poterium, Agrimonia.

Groep 4. Roseae Camb.

Bloembodem komvormig, bij rijpheid vleezig, daarbinnen zitten de talrijke 1-zadige nootachtige vruchtjes. Bloemen groot. Meeldraden veel.

Gesl. Rosa.

Onderfamilie 4. l'omoideae Focke. (Fam. Pomaceae Lindl.).

Stampers 1-5, met elkaar en met den vleezig wordenden komvormigen bloembodem vergroeid, een l-5-hokkige, valsche steenvrucht vormend. Eitjes in ieder vruchtbeginsel 2 of meer, rechtopstaand. Bladen ongedeeld, gelobd tot gevind Kelk meest verwelkend. Meeldraden circa 10.

Gesl. Crataegus, Mespilus, Cydonia, Pirus, Sorbus, Amelanchier.

Tabel tot het determineeren der geslachten der Rosaceae. A. Kruidachtige planten.

a. Bloemen zonder bloemkroon, klein.

aa. Kelkslippen 4. Bloemen 2-slachtig (meeldraden 4) of planten eenhuizig (mannelijke bloemen met vele meeldraden). Vruchtbeginsels 1-3. Bladen gevind.

.. „ Poterium blz. 571.

bb. Kelkslippen 8, afwisselend kleiner. Bloemen 2-slachtig, met 4of 1 meeldraad. Vruchtbeginsel 1. Bladen gelobd of gespleten .... Alchemilla blz. 573.

b. Bloemen met kelk en bloemkroon.

aa. Kelkslippen in een rij, evenveel als kroonbladen.

laa. Bloemkroon witachtig. Kelkslippen en kroonbladen 5.

«• Bladen enkel of dubbel gevind.

Bloemen 2-slachtig, in samengestelde bijschermen. Vruchtjes meest meer dan 5, niet openspringend. Steunbladen aanwezig,

8ro°t Ulmaria blz. 527.

/?/>• Planten 2-huizig. Bloemen in pluimvormig gerangschikte aren. Vruchtjes meest 3, doosvruchtachtig, openspringend. Steunbladen ontbrekend Araneus blz. 525.

/*• Bladen 3-tallig of handvormig samengesteld. Vruchtjes steenvruchtachtig, sappig, tot een schijnbes vergroeid. Bloemen alleenstaand

of in schermvormige trossen Kubus blz. 532.

bbb. Bloemkroon geel. Vruchtbeginsels en stijlen 2. Kelk met hakige, lateiuitgroeiende, stekels bezet. Bloemen in aarvormige trossen. Bladen

i/ „ ,afKebrokcn Revind Agrimonia blz. 575.

bb. Kelkslippen 2 rijen, dubbel zooveel als kroonbladen, de buitenste kleiner. aaa- Vruchtjes ongenaald, met korte afvallende stijlen.

«• Vruchtbodem droog, zich niet vergrootend. Bladen handvormig samengesteld, zelden gevind. Bloemkroon geel, zelden wit.

Potentilla blz. 561.

P• Vruchtbodem zwamachtig, zich vergrootend. Bladen gevind. Bloemkroon kleiner dan de kelk, donkerpurper. . . Comarum blz. 560. 7- Vruchtbodem sappig wordend en tot een schijnbes uitgroeiend.

Bladen 3-tallig. Bloemkroon wit Fragaria blz. 557

bbb. Vruchtjes langgenaald door de blijvende, behaarde stijlen. Vruchtbodem droog, rolrond. Bladen afgebroken liervormig-gevind. Bloemkroon geei

„ „ . . . roodach,'g blz. 528.

B. Heesters of boomen.

aa. Stijlen talrijk. Vruchtbeginsels bovenstandig of schijnbaar onderstandig. Stekelige heesters.

aaa. Vruchtbeginsels in den hollen, kroesvormigen, ten laatste vleezigen bloembodem ingesloten. Vruchtjes nootachtig. Bladen gevind. . Rosa blz. 577.

Sluiten