is toegevoegd aan uw favorieten.

De flora van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de dialecten. Zelfs spreekt men in het Land van Hulst van paas en in Zuid-Limburg van pees. In de Graafschap Zutphen noemt men hem wel spierk.

P. avium ') L. Zoete kers (fig. 633).

Dit is een boom met opstijgende takken en uitgespreide takjes. De schors is rood- of

Kiijauiuiu, itrueracruig glanzend.

De bladen zijn langwerpig of eirond, toegespitst, dubbe' gekarteld-gezaagd, iets rimpelig, dofgroen en van onderen donzig. De bladsteel heeft aan den top 2 roodachtige klieren. De steunbladen zijn priemvormig, langgespitst, gewimperd.

De bloemen staan in zittende schermen en openen zich kort, voordat de bladen zich ontwikkelen. De bloemstelen zijn wat gebogen. De kroonbladen zijn wit, groot. De kelkslippen zijn teruggeslagen. De vrucht is bolrond, kaal, onberijpt, bij den in het wild groeienden boom klein en rood of zwart gekleurd (fig. 633). De steen is glad, bol-of eirond, geelbruin. ',!• Tot 10 M. April, Mei.

Biologische bijzonderheid. In den knop is ieder blad om de middennerf omgevouwen en dit blijft zoo, als het reeds een eind uit den knop is gekomen. De rechter- en de linkerhelft liggen dan nog plat tegen elkaar, zelfs zijn zij iets samengekleefd. Bovendien staan de bladen dan noir rechtoo en ziin

door anthocyaan bruin gekleurd (dit zet licht- in warmtestralen om). Door al deze omstandigheden wordt gezorgd, dat de uitkomende blaadjes goed beschut zijn tegen koude.

Voorkomen in Europa en in Nederland. Deze boom komt in geheel Europa tot Zweden toe voor in bosschen en heggen. Bij ons vindt men hem meest aangeplant, soms verwilderd, vrij zeldzaam, ook wild in bosschen.

Volksnamen. De naam kers wordt in alle mogelijke dialectische verscheidenheden gehoord. Zoo spreekt men in Zeeland van keezen, in het Land van Hulst van kaas. Ook hoort men vrij veel kriek en op sommige plaatsen vogelkers.

P. Cérasus -) L. Zure kers (fig. 634).

Deze soort is zelden een heester, meest een boom met schuins opstaande takken en

ucnigciiue lanjes. ue scnors is zwarioruin, gescheurd, aan jongere takken roodbruin tot olijfgroen. De bladen zijn levendig groen, ovaal, toegespitst, bijna dubbel gezaagdgekarteld, vlak, onbehaard en van het begin af glimmend. Zij hebben aan den voet 1-2 klieren of de bladsteel draagt 1-2 klieren.

De bloemschermen zijn zittend. De kroonbladen zijn groot, rond en wit. De kelk is onbehaard, kleverig en wordt tegen het eind van den bloeitijd rood. De vrucht is meest zwartrood, neergedrukt bolrond (fig. 634) en heeft een gladden steen. I/. Tot 6 M. April, Mei,

Voorkomen De zure kers behoort thuis in Macedonië, Klein-Azië en Transkaukasië. Bij ons vindt men haar aangeplant en zelden verwilderd.

Volksnamen. De naam kers wordt in allerlei dialectische verscheidenheden gebruikt evenals ook de namen meikers en

morel voor verschillende vormen er van. In Zuid-Limburg spreekt men van noordkers.

P. Mahaleb") L. Weichselboom (fig. 635).

Deze boom of heester heeft welriekend hout, de schors is grijsbruin met scheuren en aan jongere takjes bruin met kleine witte puntjes. De takken zijn meer uitgespreid dan bij P. Padus.

') avium = vogel. -) Cerasus is waarschijnlijk af te leiden van de vrucht, die

kerasion heette, welk woord een verkleinende vorm is van kerason. De vergelijking der namen van gelijk gevormde kleine vruchten, als akinis: druif (van kioo, bewegen) enz., waardoor iets bolronds, iets dat gemakkelijk bewegelijk is, werd aangeduid, maakt het aannemen van een soortgelijken naam voor de kers duidelijk. :') Mahaleb is een

wijziging van den Arabischen naam van den boom: machleb.

Frunus avium

Fig. 633.

Prunus Cerasus

Fig. 634.