Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Prunus Mahaleb

Fig. 635.

De bladen zijn vrij klein, gesteeld, eirond of rondachtig, vrij spits of stomp. Zij hebben vaak een hartvormigen voet, zijn kaal, van onderen blauwgroen en fijn gekar-

iciu-Kcz:udKu, terwijl ae lanujes met kleine roode kliertjes bezet zijn.

De bloemen vormen een schermvormigen tros aan den top der takken en verschijnen even na de bladen. De kroonbladen zijn wit, eirond, zoo groot als die van den sleedoorn. De vrucht is zwart, bijna bolrond, klein, bitter en wrang (fig. 635). Ij. 12-30 dM. Mei.

Voorkomen in Europa en Nederland. Deze soort komt in Midden- en Zuid-Europa in bosschen, op heuvels en kalkrotsen voor en is bij ons een sierheester, doch ook wel verwilderd gevonden.

Volksnamen. Op verschillende plaatsen gebruikt men den naam weichselboom, in Twente, Salland, NoordLimburg en op Walcheren reukhout, aan den Veluwezoom kleine vogelkers, op Walcheren Sint-Luciakers.

P. Padus ') L. Vogelkers (fig. 636).

Deze heester of boom riekt onaangenaam. De schors is zwartachtig met scheuren, de jonge takken zijn donkerbruin. Het aantal takken is niet groot.

De bladen zijn vrij groot, lanirwerDis*-om&»ekeerd

eirond of elliptisch, kort gesteeld, toegespitst, bijna kaal, fijn gezaagd, dofgroen. De bladsteel heeft dicht aan den bladvoet 2 klieren, mierennectariën (zie bij het geslacht Prunus). De steunbladen zijn vroeg afvallend.

De trossen zijn meest hangend, zij staan eindelings aan korte, bebiaderde zijtakken en bestaan uit witte bloemen. De vrucht is zwart, bolrond, klein, kaal en smaakt wrang (fig. 636). h Tot 8 M. April, Mei.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De vogelkers komt in bijna geheel Europa voor in bosschen en in kreunelhont. Rii nn«\ vinHt mpn h aar

op dergelijke plaatsen vrij algemeen, doch tevens is zij een sierheester en is dan ook wel verwilderd.

Volksnamen. Behalve vogelkers worden in den Achterhoek van Gelderland den naam krentenboom, in de Graafschap Zutphen vuilboom en wilde seringen, de laatste naam ook in Twente, bij Apeldoorn Turksche krenten, in Zuid-Holland rupsenboom, in Zuid-Limburg varkenskers gebruikt.

Biologische bijzonderheden. De bloemen zijn bij deze soort kleiner dan bij P. spinosa, maar vallen door het vereenigd zijn tot trossen nog meer op, al bloeien zij ook eerst, als het jonge groen reeds is uitgeloopen. Bovendien zijn ze welriekend. De bloemspil kromt zich reeds voor den bloei, zoodat de trossen eerst knikken, later hangen en de bloemen dus zoo staan, dat het stuifmeel tegen regen beschut is. De inrichting der bloemen met het oog op de bestuiving is vrij wel als bij P. spinosa, alleen blijven de meeldraden hier steeds iets naar binnen gekromd, zoodat in het tweede stadium van den bloei bij insectenbezoek nog gemakkelijk bestuiving door deze kan plaats hebben. De binnenste meeldraden openen hunne helm-

Prunus Padua

Fig. 636.

') Pados was de naam van een heester bij Theophrastos.

Sluiten