is toegevoegd aan uw favorieten.

De flora van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kubus tereticauiis De ondersoort heeft viltig behaarde loten en dichtviltige

Fig. 673. assen met fijne stekels. Ij. Juli.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De ondersoort komt in de Noordwest-Duitsche

■) pallidus = bleek. -') fuscus — bruin. :l) foliosus = bladrijk. ') saltuum = van een bergwoud. ■>) tereticauiis = rondstengelig. ''•) scaber = ruw.

blaadjes zijn van onderen in de jeugd witviltig, het topblaadje is eirond of elliptisch. De bloeiwijze is met krachtige, l;.nge, rugwaarts geneigde stekels bezet en tamelijk smal.

De kelkhlnii Pil 7 i i n aan hlnom on urn^ht

rig. 071. * " " v j

Voorkomen in Europa en in Nederland. De soort komt in bosschen op vruchtbaren grond voorinNoordwest-Duitschland, België, Denemarken, Zuid-Zweden, Engeland en NoordoostFrankrijk. Het ras komt in bosschen en kreupelhout in West-Duitschland, België, Engeland en Noord-Frankrijk voor. Noch de soort, noch het ras ziin tot dusverre bii ons pevnnrlen

R. tereticauiis ■) P. J. Muller. (Fig. 673).

Dit is een ondersoort van R. scaber") Wh. et N., waarbij de loten ruw zijn door kort gesteelde klieren en klierknobbels. De blaadjes zijn dik, bijna lederachtig. Het topblaadje is elliptisch. De bloeiwijze is tamelijk ontwikkeld, de middelste takjes dragen armbloemige bijschermen. De assen zijn kortharig viltig, dicht met kort gesteelde klieren bezet. De kroonbladen zijn smal.

De soort heeft niet veel kans hier te worden gevonden, omdat de streken, waar zij voorkomt, niet in de nabijheid onzer grenzen liggen.

R, foliósus Wh. et N. (Fig. 672).

De loten zijn hier vrij dicht behaard, de blaadjes zijn iets dik, ongelijk

njn en scnerp gezaagu, van onaeren grijsachtig, het topblaadje is eirond of elliptisch.

De bloeiwijze is vrij lang, beneden afgebroken, de bloemstelen staan bijna in bundels bijeen. 1\ Juli, Als ras behoort hiertoe ,5. saltuum Focke. Hier zijn de loten weinig kort behaard, de blaadjes scherp gezaagd, de assen kortharig-sterviltig. t>. Juli, Augustus.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De soort is een boschplant van het berg- en heuvelland in West-Duitschland, België, Frankrijk en Engeland. Zij is bij ons eenige malen gevonden. Het ras komt in bosschen en aan beboschte hellingen , vooral op zandgrond voor in West-Duitsch-

land, België, Frankrijk en Engeland en is bij ons bij Winschoten gevonden.

—w .«v.nL/ii.uvw tijn aan uiucm en viuuii itrrujjgesiaijen.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in kreupelhout, aan boschranden en heggen in heuvelachtige streken voor in België, Zuid-Skandinavië, Engeland, NoordFrankrijk en West-Duitschland. Zij is bij ons een paar malen gevonden.

R. pallidus ') Wh. et N.

De loten zijn bij deze plant beneden rondachtig, fijnstekelig, boven behaard, met rugwaarts geneigde stekels. De blaadjes zijn ongelijk grof gezaagd, het topblaadje is hartvormigeirond, lang toegespitst. De bloeiwijze heeft afstaande takjes en dunne bloemstelen, b. Juni, Juli.

Als ras behoort hiertoe /?. fuscus *) Focke. (R. fuscus Wh. et N.) Hierbij zijn de blaadjes kort toegespitst en is de bloeiwijze ineengedrongen met korte bloemsteeitjes. li. Juli.

Rubus Radula

Rubus foliosus

Fig. 672.