Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

y. tomentósus •) Döll (P. incanéscens Opiz.), met fijn ingesneden, aan weerszijden niet stervilt bekleede blaadjes.

Biologische bijzonderheden. Het vilt aan de ondervlakte der bladen beschut deze tegen overmatige verdamping.

Aan de plant komen soms bebladerde gallen voor, veroorzaakt door een galwesp, Diastrophus Mayri.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt op droge plaatsen, op zandgrond, vooral in Midden-Europa voor en is ook bij ons op dergelijke plaatsen vrij algemeen. De var. ?. is alleen bij Deventer, de var. 7. is bij Rijswijk (G.) gevonden.

P. vérna-) Rth. (P. opaca:;) L.). Voorjaarsganzerik (fig. 692).

Het schijnt, dat onder dezen naam door Linnaeus verschillende soorten

zijn samengevat, daarom volgt hier de indeeling van Ascherson in Ascherson-Graebner's Flora des Nordostdeutschen Flachlandes opgegeven. Hij beschouwt dus P. verna als een verzamelsoort. Zijne tabel is de volgende:

a. Steunbladen der wortelbladen lijnvormig. Vrucht zwak rimpelig.

aa P. cinérea*) Chaix.

Daarvan wordt als in Noordoost-Duitschland voorkomende alleen opgegeven de ondersoort P. incana:') Mnch. Stengel opstijgend, evenals de bladen (de laatste vooral van onderen) door sterharen grijsviltig en met langere, rechtopstaande haren bezet.

Blaadjes wigvormig-omgekeerd eirond, van voren gekarteld-gezaagd, die der onderste bladen 5-, die der bovenste 3-taIlig. Kroonbladen omgekeerd-hartvormig, langer dan de kelk, vaak met donkerder voet. 21. 5-15 cM. April, Mei, soms weer in October.

De var. ?. trisécta") Scholz. heeft alle of bijna alle bladen 3-tallig. bb. P. Tabernaemontani •) Aschers. (P. verna van de meeste auteurs, niet L.). Stengel en bladstelen met schuin uitstaande haren bezet. Bladen zonder sterharen, groen, van onderen of aan weerszijden met langere, aangedrukte haren. Blaadjes wigvormig-omgekeerd eirond tot langwerpig, van voren ingesneden gezaagd, die der onderste bladen 5-7-tallig. Overigens als de vorige. 4. 5-15 cM. April, Mei, soms ook later.

b. Steunbladen der wortelbladen eirond-lancetvormig. Vruchtjes duidelijk rimpelig. Stengel en bladstelen door horizontaal afstaande haren ruw behaard. Bladen afstaand behaard. Blaadjes wigvormig-langwerpig. Overigens als de vorige. 4. 5-22 cM. April—Juni. (P. opaca Rth.).

P. rubens Zimmeter.

P. incana Mnch.

Bij deze plant is de stengel opstijgend. De bladen zijn vooral van onderen grijsviltig. De onderste bladen zijn 5-tallig, de bovenste 3-tallig. De blaadjes zijn wigvormig-omgekeerd eirond, naar voren gekarteld-gezaagd.

') tomentosus = viltig. -') verna = voorjaars. •>) opaca = dof. *) cinerea =aschgrauw. 5) jncana = grijsgrauw. «) trisecta = 3-snedig. naar Tabernaemontanus, f 1590.

Potentilla verna

Fig. 692.

Sluiten