Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Rhoditis Eglanterieae veroorzaakt ervvtachtige gallen op de rozenbladen, de gallen, door Rhoditis spinosissimae veroorzaakt, vormen meer onregelmatige bulten.

Zeer algemeen zijn de oranjekleurige roestvlekjes op de onderzijde van de bladen bij Rosa pimpinellifolia (ook wel komen ze bij R. canina, arvensis, gallica, cinnamomea en tomentosa voor). Zij bestaan uit ronde hoopjes sporen van een schimmel, Phragmidium subcorticium. Verwante schimmels komen bij Rubus- en Potentillasoorten voor.

Tabel tot het determineeren der soorten van het geslacht Rosa.

A. Stijlen vergroeid met elkaar, ver uit den vruchtbeker stekend. Bloemen in schermvormige trossen. Meest kruipende of klimmende soorten.

a. Takken meest liggend. Steunbladen lijn-lancetvormig, langgespitst, gaafrandig. Blaadjes dun, enkel gezaagd. Bloemen alleenstaand of in schermvormige trossen.

R. arvensis blz. 580.

b. Takken klimmend. Steunbladen diep ingesneden, gewimperd. Blaadjes gezaagd. Bloemen 10-20 bijeen in dichte trossen aan de einden van korte takken.

R. multitloru blz. 580.

B. Stijlen vrij.

a. Bloemen in 3-6-bloemige bijschermen, de zijdelingsche in de oksels der schutbladen van de middelste, ook als er slechts een bloem ontwikkeld is, een of nieer schutbladen aanwezig.

(ia. Vruchtjes gesteeld. Steunbladen aan de bloeiende takken breeder.

uaa. Stekels der loten ongelijk, de grootere priemvormig, recht, de kleinere borstelvormig. Steunbladen aan de niet-bloeiende takken lijnvormiglangwerpig met buisvormig aaneensluitende randen. Vruchtbeker bolrond, vroeg zacht wordend, evenals de slechts half zoo lange stelen kaal. Kelkslippen ongedeeld, bij de vrucht aaneensluitend.

R. cinnaniomea blz. 580.

bbb. Stekels der loten of althans de grootere stevig met verbreeden voet, samengedrukt. Kelkslippen ingesneden. Steunbladen gekromd. Vruchtjes meest even lang als de snavel.

«. Stekels der loten sikkelvormig, verspreid, tamelijk gelijk. Bladen grasgroen fof berijpt). Kelkslippen iets korter dan de kroonbladen. '<«. Althans de bovenste zaagtanden der blaadjes samenneigend. Bloemstelen langer dan de korte schutbladen.

«««. Blaadjes beneden zonder klieren.

Blaadjes, bloemstelen en kelkbuis kaal. Bladstelen kaal, soms verspreid klierachtig of aan den voet iets

behaard R. canina blz. 581.

I I. Bladstelen overal behaard. Blaadjes van onderen op de aderen of over de geheele vlakte behaard of ook van boven behaard. Bloemstelen en kelkbuis kaal.

R. dametnrum blz. 582. Blaadjes beneden of aan weerszijden klierachtig.

R. agrestis blz. 582.

tifl. Zaagtanden der blaadjes iets afstaand. Blaadjes, althans van onderen, sterk klierachtig. Plant sterk riekend. Bloemstelen korter dan de schijnvruchten. Stijlen wollig behaard. Loten met tamelijk dicht opeengedrongen stekels. Bladstelen kort behaard. Blaadjes 5-7, rondachtig-eirond tot elliptisch. Kelkslippen ten slotte afvallend R. rubiginosa blz. 583.

jt. Stekels der loten ongelijk, bijna recht. Bladen grijsgroen. Kelkslippen evenlang als de kroonbladen.

««. Kroonbladen niet klierachtig gewimperd. Blaadjes met afstaande zaagtanden. Schijnvrucht rechtopstaand, lang hard blijvend. Kelkslippen blijvend . R. tomentosa blz. 583.

37*

Sluiten