Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en zijn gekromd. De bladen bestaan uit 5-7 blaadjes, deze zijn ovaal tot langwerpig, enkel gezaagd, beneden grijs, zacht behaard, niet klierachtig.

ue steunDiaaajes aan de moeiende takken zijn naar voren breeder, met eironde, vrije spitsen, die aan de loten zijn langwerpig-lijnvormig, met de randen buisvormig ineengerold.

De bloemen zijn rose, meest half gevuld. De bloemstelen zijn glad, korter dan de bovenste steunbladen. De kelkbladen zijn gaaf, soms aan den top 2-spletig, meest klierachtig behaard. De vruchtkelk is opgericht en blijvend. De vrucht is klein, rond of ovaal, donker scharlakenrood, rechtopstaand. t% 12-18 dM. Mei, Juni, soms ook Juli, Augustus.

De var. 5. foecundissima l) Miinchh. is geheel of half gevuld en heeft een van boven bekervormige

kelkbuis. Deze vorm wordt het meest gekweekt en is bij Katwijk verwilderd gevonden.

Voorkomen in Europa en in Nederland. Deze plant komt in heggen en op heuvels in Midden- en Oost-Europa voor. Bij ons wordt zij gekweekt en is eenige malen verwilderd gevonden, vooral in de duinstreek.

R. canina-) L. Hondsroos (fig. 708).

Deze plant heeft krachtige, opgerichte of schuin opstijgende takken. De

stekels zijn krachtig, sikkelvormig, aan den voet verbreed.

De bladen bestaan uit 5-7 blaadjes, deze zijn eirond of elliptisch, scherp gezaagd. De steunbladen en de schutbladen (van de bovenste bladen, in wier oksels de bloemen staan, zijn alleen de steunblaadjes overgebleven) zijn verbreed, bijna eirond, de steunbladen der loten zijn langwerpig, met recht uitgestrekte, eironde, toegespitste toppen.

De kroonbladen zijn meest lichtrose, groot. De bloemstelen zijn glad, zeldzaam ruw klierachtig behaard. De kelkslippen zijn ingesneden, bijna even lang als de bloemkroon. De schijnvrucht is groot, scharlakenrood, bolrond of langwerpig en

blijft lang hard. De vruchtkelk is teruggeslagen en valt ten slotte af. K 12-24 dM. Juni.

Vormen zijn:

vulgaris ■'■). Hierbij zijn de blad- en bloemstelen en ook de kelken kaal. Aan de bladstelen zitten vaak eenige kleine stekels, soms ook een enkel klierhaar.

,5. Andegavénsis (R. Andegavénsis Bastard). Hier zijn de bloemstelen en de kelkbeker met gesteelde klieren bezet. De blaadjes zijn enkel gezaagd, met enkele ingeschoven tandjes, zonder klieren. De vruchten zijn groot, de stijlen behaard.

y. dumalis4) Bechst. Hierbij zijn de bloemstelen klierachtig en zijn de steun- en kelkbladen klierachtig gewimperd. De blaadjes zijn breed eirond,

Rosa cxnnamomaa

Fig. 707.

') foecundissima = zeer vruchtbaar. -') canina = honds. •'<) vulgaris = gewoon. ') dumalis = in struikgewas groeiend.

Flosa canina Fig. 708.

Sluiten