Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bloemen meestal tweeslachtig, symmetrisch, in soms eenbloemig wordende trossen, aren, schermen of hoofdjes. Kelk 5-tandig tot 5-deelig of 2-lippig, met 2-slippige boven- en 3-slippige onderlip. Bloemkroon 5-bladig. Kroonbladen genageld, de 2 voorste, meestal vergroeide vormen de kiel, waarin de meeldraden en de stamper liggen. De 2 middelste, de zwaarden of vleugels bedekken de kiel zijdelings. Het bovenste, in den knop meest buitenste en meestal tevens het grootste, is de vlag en is vaak naar boven gebogen. Soms zijn alle vergroeid of ontbreken ze ten deele. Meeldraden 10. Gewoonlijk is de onderste helft der meeldraden met elkaar vergroeid, behalve van den naar de vlag gekeerden meeldraad, die meestal vrij is (de meeldraden zijn dus een- of tweebroederig). Stamper 1, met een bovenstandig vruchtbeginsel, 1 stijl en 1 stempel. Het vruchtbeginsel is uit één vruchtblad ontstaan en groeit tot een vrucht uit, die met meest 2 kleppen van den top naar den voet openspringt, (peulvrucht), zelden alleen aan den buiknaad, soms ook zich overdwars in eenzadige, niet openspringende leden deelt. Soms bevindt zich in de vrucht een van den rugnaad uitgaand, onvolledig tusschenschot in de lengte. Zaden zonder kiemwit. Kiem meest

gekromd.

Biologische bijzonderheden. Bij de meeste Vlinderbloemigen zijn de zaden sterk eiwithoudend en worden dan ook door plantenetende dieren zeer gezocht. Vele soorten worden ook door den mensch gekweekt, hetzij, omdat de zaden hem als voedsel dienen, hetzij de planten als veevoeder gebruikt worden. Ook zijn er vele sierplanten bij. Bij sommige werken de bladen en soms ook de zaden hevig purgeerend en zijn zelfs vergiftig.

De bloemen zijn meest homogaam, zelden zwak protrandrisch, het zijn voor het meerendeel bijenbloemen in den uitgebreidsten zin van het woord. De bloemen zijn meest levendig gekleurd en vaak tot groote, dichte bloeiwijzen vereenigd, vallen dus flink op en zijn vaak ook nog welriekend.

De vergroeidbladige kelk houdt de kroonbladen in den min of meer horizontalen stand bijeen, die voor de insecten het meest geschikt is. De vlag dient als uithangbord, dat aan de insecten de bloem als vindplaats van honig en stuifmeel aanwijst. Zij is vaak van strepen voorzien, die als honiginerk dienen. De bezoekende insecten gebruiken haar vaak als een steunsel, waartegen zij den kop bij het honigzuigen drukken. De zijdelings liggende zwaarden dienen 1°. als steunplaats voor de bezoekende insecten, 2". als hefboomsarmen om de kiel neer te drukken, waarbij stuifmeel en ook de stempel uit deze te voorschijn komen, 3°. om te zorgen, dat de kiel in haar stand ten opzichte van meeldraden en stampers gehouden wordt en meestal ook na het ophouden van de door het insect veroorzaakte standsverandering, weer in den oorspronkelijken stand wordt teruggebracht. De kiel omsluit de geslachtsorganen en vormt een beschuttend orgaan tegen regen en tegen ongenoode gasten (vlinders en vliegen).

De meeldraden vormen een den stamper omsluitenden hollen cylinder. Bij de alleen stuifmeel aan de insecten aanbiedende Papilionaceae zijn alle 10 helmdraden ten deele vergroeid, bij die, welke honig bevatten, is daarentegen de bovenste meeldraad vrij en laat aan weerszijden van den voet een toegang tot den, in het onderste deel der bloem, aan den voet der meeldraden afgescheiden honig vrij. De meeldraadcylinder omsluit den stamper, waarvan de stijl aan den top meest naar boven is gebogen en .iets boven de helmknoppen uitsteekt, zoodat de stempel bij insectenbezoek

Heukels, Flora. 38

Sluiten