Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. Ulex ') L.

U. europaéus-) L. Gaspeldoorn (fig. 724).

Deze plant is een sterk vertakte, krachtige, grijsgroene heester, wiens afstaande takken dik, lichtbruin, gegroefd en fijn afstaand behaard zijn.

z-ij loopen in ïanggespitste, zeer stekende dorens uit. Alle takken zijn weer dicht bezet met afstaande zijtakken, die ook fijn behaard, gegroefd en gedoomd zijn. Deze zijtakken dragen priem-lijnvormige, stekende bladen en in de oksels van deze zitten korte, doornige takjes. De bladen der onderste takjes zijn breeder, vaak 3-tallig.

De bloemen zijn alleenstaand, okselstandig, zij hebben onder den kelk 2 eironde, stompe schutblaadjes, die breeder zijn dan de bloemstelen. De bloemstelen zijn evenals de kelken en peulen afstaand behaard. De bloemen zijn groot, ongeveer 10-15 mM lang, geel. De kelk is blijvend, geelachtig, diep 2-lippig, de bovenlip 2-, de onderlip

3-tandig. De vlag is opgericht, weinig langer dan de kelk en de andere kroonbladen, ovaal, ingesneden. De zwaarden zijn iets langer dan de rechte kiel, stomp. De kiel is 2-bladig, stomp. De helmdraden zijn alle vergroeid. De stijl is gebogen en draagt een knopvorinigen stempel. De peul is opgericht, kort, ovaal, opgezwollen, 6-7 mM breed, langer dan de kelk en bevat 4-6 uitgerande zaden, h 6-12 dM. Mei, Juni, doch soms ook wel in December en Januari bloeiende aangetroffen.

Biologische bijzonderheden. De plant schijnt kalkgrond te vermijden, zij behoort tot de xerophyten. Vooral het naaldblad heeft een kleine oppervlakte ten opzichte van den inhoud, waardoor de verdamping van vocht al wordt bemoeilijkt. Bovendien liggen de huidmondjes in den bodem van nauwe groeven, die ook nog met eigenaardige haren zijn bekleed, zoodat daardoor de verdamping al weer verminderd wordt (zie ook bij Sarothamnus). De doornen aan de toppen der takken staan naar boven, ook de bladen zijn stekelig, zoodat de plant goed beschut is tegen het opvreten door weidende dieren (toch vreten ezels deelen der plant gaarne en wordt zij in gekneusden toestand wel aan het vee gevoederd), de lager aan de takken staande dorens zijn naar de aarde gekromd en beletten muizen om tegen de plant op te kruipen.

De inrichting der bloem met het oog op de bestuiving is vrij wel gelijk aan die bij Genista anglica en G. pilosa. Kiel en zwaarden zijn slechts op een plaats boven de nagels der kroonbladen verbonden, ten deele, doordat eenige opperhuidscellen in elkaar zijn gestulpt, ten deele door in elkaar grijpende plooien, de verbinding is echter vrij los. De ontploffing der bloem is niet hevig, toch wordt al het stuifmeel tegen den buik van het insect gebracht.

Volksnamen. In Utrecht wordt de naam gaspeldoorn gebruikt, in Friesland noemt men de plant bremerheide, in Twente, Noord-Limburg, Utrecht

]) Ulex stamt waarschijnlijk af van het Keltische ec of ac: punt, naar de stekels, volgens anderen van odax: stekelig. Onder dien naam odax werden verschillende gedoomde planten b.v. ook Genista's vereenigd. -) europaeus = Europeesch.

Ulex europaeus

Fig. 724.

Sluiten