Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Biologische bijzonderheden. Ook de Genista's naderen door de betrekkelijk geringe bladontwikkeling bij sommige soorten tot de roedegewassen (zie Sarothamnus). Ook hier vindt nien, evenals bij Sarothamnus de huidmondjes in groeven van de stengelvlakte, die weder met haren bekleed zijn. Alle Genista's zijn dan ook xerophyten. Om de verdamping nog geringer te maken, leggen zich de bladen des avonds tegen den stengel aan.

De bloemen zijn geel, bijna homogaain, vrij groot en ontploffen ook bij insectenbezoek. Echter komen meeldraden en stempel hier alleen tegen de buikzijde van het insect.

Volksnamen. Het meest wordt ook voor deze plant de naam brem gebruikt, in Friesland heet zij ook bremerheide, in de Graafschap Zutphen heet zij hiethekkels.

Tabel tot liet determineeren der soorten van het geslacht Genista.

A. Stengel niet gedoomd. Bloemen meest tegelijk met een tak in de oksels van bladen, vaak naar den top van den stengel tot een tros opeengehoopt. Kelk, vlag en kiel en ook de lijnvormig-langwerpige peul aangedrukt behaard G. pilosa blz. 603.

B. Bloemen in trossen, in de oksels van schutbladen, dus in bebladerde trossen.

1. Stengel niet gedoomd, aan den top een bloemtros dragend, beneden bebladerd. Kelk, bloemkroon en de lijnvormig-langwerpige peul kaal. . G. tinctoria blz. G04.

2. Stengel en oudere takken zonder bladen en bloemtros, met korte, gedoomde takjes, boven met takjes bezet, die bladen en bloemtrossen dragen.

a. Takjes, bloemstelen, kelken en de ovaal-langwerpige peulen ruw behaard. Bladen, in wier oksels de bloemen staan, priemvormig, half zoo lang als de bloemstelen G. germanica blz. 605.

b. Takjes, bloemstelen, kelken en de lange peulen kaal. Bladen, in wier oksels de bloemen staan, ovaal, langer dan de bloemstelen . . G. anglica blz. 606.

G. pilósa') L. Kruipbrem (fig. 727).

Dit heestertje heeft een sterk gegroefden, aan den voet sterk vertakten

stengel. De takken zijn liggend of opstijgend en hebben sterk gestreepte, zijdeachtig behaarde takjes, die dicht bebladerd zijn. De bladen zijn langwerpig-lancetvormig, donkergroen, stomp, bijna zittend, gaafrandig, beneden even als de bloemstelen aangedrukt behaard met 2 kleine steunblaadjes.

De bloemen zijn alleenstaand of staan 2 bijeen in de bladoksels, zij zijn geel. De kelk (fig. 727) heeft gelijke lippen, even lang als de buis, de onderlip heeft dicht bijeenstaande tanden. De vlag is zijdeachtig behaard, iets langer dan de kiel. De peul (fig. 727) is 20-25 mM lang, 4

mM breed, samengedrukt, bultig, behaard, zwart, 3-7-zadig. 2).. 7-30 cM. Mei, Juni, vaak Augustus, September weer.

Biologische bijzonderheden. De inrichting der bloem met het oog op de bestuiving is dezelfde als bij G. anglica. De bloemen zijn gebleken met •eigen stuifmeel onvruchtbaar te zijn.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in heidestreken vooral in West - en Midden-Europa voor en is bij ons algemeen.

Gemsta pilosa

Fig. 727.

>) pilosa = behaard.

Sluiten