Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elkaar in evenwicht en houden de bloemdeelen horizontaal tot op het oogenblik, dat de kielspleet wijder wordt.

Ieder zwaard grijpt met een plooi in den hoek, dien een scherphoekig uitsteeksel van iedere kielhelft met haar bovenrand vormt. Zet zich een bij op de bloem, de pooten op de zwaarden, de kop tegen de vlag gedrukt, dan glijden de uitsteeksels der zwaarden aan weerszijden van de door meeldraden en stamper gevormde zuil af en gelijktijdig wordt de spleet van de kiel wijder van den voet naar den top. Is dat gebeurd, dan komen de tot dusverre door de spanning samengehouden bloemdeelen uit elkaar, kiel en zwaarden gaan naar beneden, de stijl met het er op liggend stuifmeel naar boven. Eerst raakt de stempel de onderzijde van het insect en ontvangt daar stuifmeel uit een andere bezochte bloem en daarna wordt er stuifmeel tegen den buik gedrukt. Mocht er nog geen bestuiving hebben plaats gehad, dan bewerkt het terugkruipende insect zelfbestuiving. Bezoekers zijn vooral stuifmeelverzamelende, vaak ook te vergeefs naar honig zoekende bijen. Ook komen wel bloemdeelen vretende kevers uit het geslacht Cryptocephalus, die natuurlijk schadelijk zijn.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in zandige, boschrijke streken vooral in Midden-Europa voor en is ook bij ons vrij algemeen. Vaak is zij waarschijnlijk een overblijfsel van vroegere cultuur.

G. elatior Koch. met steeds rechtopstaanden stengel en 9-12 dM lange takken, is bij Rhenen gevonden.

G. germanica ') L. Duitsche brem (fig. 730).

Dit is een heestertje met een vertakten, rechtopstaanden of opstijgenden

stengel. L)e oude takken dragen vertakte dorens, die ontstaan uit kleine knoppen, die in de bladoksels staan en aan het onderste deel eenige bladen dragen, die later afvallen, terwijl vaak weer uit de oksels een klein doorntje ontstaat. De jongere takken zijn niet stekelig, rechtopstaand, groen. De bladen zijn kort gesteeld, grasgroen, langwerpig-elliptisch, spits, aan den rand ruw behaard, glimmend. Steunbladen ontbreken.

De bloemen zijn klein, met schutbladen dragende stelen, die even lang als de kelk zijn. De kelk is behaard met bijna gelijke lippen. De bloemkroon is behaard, goudgeel, de vlag is veel korter dan de kiel, bijna even lang als de zwaarden, tijdens het bloeien sterk teruggeslagen.

De peul (fig. 730) is 8-10 mM lang en 5 mM breed, ovaal-ruitvormig, samengedrukt, scherp stekelpuntig, behaard. Zij bevat 2-6 eironde, zwartachtig-groene zaden. 4- 3-6 dM. Mei, Juni.

Biologische bijzonderheden. De inrichting der bloem is wel als bij G. tinctoria, maar van elastisch openspringen is hier geen sprake, de meeldraden en stijl treden vrij uit de kiel. Vóór de nagels is in de kiel aan weerszijden een bult, die in een verdieping van het overeenkomstige zwaard past. De helmknoppen openen zich al in den knop. De stijl is haakvormig naar binnen gekromd en de voorvlakte van den stijl wordt

') germanica = Duitsche.

Geniata germanica

Fig. 730.

Sluiten