Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrij algemeen. De variëteit is op verschillende plaatsen aangevoerd waargenomen.

M. média') Pers. Gele luzerne.

Deze plant is, zooals boven reeds gezegd is, een bastaard van M.falcata en Al. sativa en heeft een opstijgenden of rechtopstaanden stengel. De trossen zijn eirond, de peul heeft 1 .,-2' ._> windingen. De bloemkroon is meestal eerst geelachtig, wordt dan groen, om ten slotte in blauwachtig of violetachtig over te gaan. 2J-. 25-60 cM. Juni—September.

Voorkomen. Deze bastaard wordt gekweekt en is zeldzaam verwilderd gevonden langs dijken en wegen.

M. orbicularis -) AM. Cirkelrupsklaver (fig. 743).

Deze weinig behaarde plan! heeft een liggenden, bijna onbehaarden stengel. Van de

i-uviiisn; uiauen zijn ue Diaaajes omgekeerd eirond, naar boven getand, van de onderste zijn zij omgekeerd hartvormig. De steunbladen zijn in fijne slippen gedeeld. De bloemen zijn klein, geel, zij staan aan stelen, die langer zijn dan de kelkbuis. In de bloemen zijn de zwaarden korter dan de kiel. De peulen (fig. 743) zijn groot, glad of behaard, niet stekelig, lensvormig, niet of nauwelijks in het midden open, met bol staande zijvlakten, die voorzien zijn van straalsgewijs loopende nerven en 3-5 spiraalwindingen hebben. Zij zijn , als zij rijp zijn, geheel zwart. De zaden zijn van wrattige puntjes voorzien. 0. 2-6 dM. Mei—Juli.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in velden, op grazige plaatsen en langs wegen in Middenen Zuid-Europa voor, doch is bij ons alleen aangevoerd waargenomen op een met sumacafval bemest klaverland te Apeldoorn.

M arabica") All. (M. maculata 4) Willd.) Gevlekte rupsklaver (fig 744). Deze soort heeft een liggenden, bijna onbehaarden stengel, langgesteelde

uiauen, wier oiaaajes nreed omgekeerd eirond of bijna driehoekig of omgekeerd hartvormig, naar den top getand zijn en meest een zwarte vlek op het midden hebben. De steunbladen zijn ingesneden getand, eirond, toegespitst met lancet-priemvormige tanden.

De bloemen zijn geel, klein (4-5 mM), zij staan 2-5 bijeen op stelen, die korter zijn dan het blad, in wiens oksel zij staan. De bloemsteeltjes zijn korter dan de kelkbuis. Van de bloemkroon heeft de ving een lengte van 6 mM en zijn de zwaarden korter dan de kiel (circa 4 mM). De peul (fig. 744) is onbehaard, vrij groot, met platte vlakken, nauwelijks geaderd,

met 4-6 windingen, die dicht opeen staan. De 2 rijen stekels kruisen elkaar, zij zijn niet haakvormig gebogen. De zaden zijn niervormig-langwerpig. O. 2-6 dM. Mei—Juli.

Biologische bijzonderheid. De inrichting der bloem met het oog op de l estuiving is als bij M. sativa.

') media = middelste. -) orbicularis = cirkelrond. ) arabica = Arabisch.

') maculata = gevlekt.

Mcdicago arabica Fi«. 744.

Medicago orbicularis

FiK. 743.

Sluiten