Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M. suluatus -) Desf. Gesnoefde Meiilotus dentatus

honig klaver (fig. 754). Fig" 75:i

Deze plant heeft een rechtopstaanden of opstijgenden , een weinig hehaarden stengel. De bladen hebben ingesneden getande steunblaadjes en de blaadjes der onderste bladen zijn omgekeerd eirond, verwijderd getand, die der bovenste

lielden bovenrand en zijvlakken en voorzien van vele concentrische, dichtopeenstaande ribben. . 1-4 dM. April—Juni.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant behoort thuis op zandige plaatsen aan de kusten der Middellandsche Zee en is bij ons een paar maal aangevoerd, nl.

te Apeldoorn op een, met sumac uit Palermo afkomstig, bemest weiland en te Amsterdam.

Meiilotus sulcatu»

Fig. 754.

Meiilotus indicus

Fig. 755.

M. indicus :) All. (M. parviflóra ') Desf.). Kleinbloemhonigklaver (fig. 755).

Deze plant heeft een rechtopstaanden of opstijgenden, weinig vertakten en weinig behaarden stengel.

De bladen hebben bijna gaafrandige, korte, gekromd toege¬

spitste steunbladen en de blaadjes der onderste bladen zijn breed omgekeerd eirond, die der bovenste zijn langwerpig-wigvormig, getand, iets afgeknot.

') dentatus = getand. -) sulcatus == gegroefd. ') parviflóra =r kleinbloemig.

::) indicus = Indisch.

M. dentatus 1 Pers. Getande honigklaver (fig. 753).

Deze plant is naar boven iets behaard en heeft een meestal opstijgenden, soms echter

rn"ht(irMTTTnHnTi ni.il unrtol/tan elntiiT.il

Iit.uiw^utiiiuv.11, IIIV.4 tuumaii OH.II&VI.

De bladen zijn kort gesteeld en hebben alle getande steunbladen. De blaadjes zijn langwerpig-elliptisch , doornig fijn gezaagd, die der onderste bladen zijn breeder.

De bloemen staan in okselstandige, gesteelde trossen, de bloemsteeltjes zijn kort, hangend, half zoo lang als de kelk. De bloemen hebben een 5-nervigen kelk, een bleekgele, bijna reukelooze bloemkroon. die nauwelijks 3 mM lang, kleiner dan bij de meeste andere soorten is. Zij is niet eens tweemaal zoo lang als de kelk. De zwaarden zijn langer dan de kiel, korter dan de vlag. De peul is meest 2-zadig, zij is bij rijpheid zwart, aan den bover.naad samengedrukt, kaal. O en . 1,5-6 dM. Mei—September.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt aan kanten van wegen en akkers, doch steeds op zilten bodem op verschillende plaatsen in Europa voor, zij is bij ons alleen aangevoerd waargenomen bij Amsterdam en Apeldoorn.

langwerpig-wigvormtg, scherp getand, afgeknot.

De bloemen zijn geel en staan in dichte trossen, zij zijn klein (2-4 mM) en hebben bloemsteeltjes, die korter dan de kelkbuis zijn. De kelk heeft een 10-nervige buis en gelijke tanden. Van de bloemkroon is de vlag korter dan de kiel en langer dan de zwaarden. De peul (fig. 754) is hangend. onbehaard, groen, afgerond, samengedrukt, stomp, met een ge-

Sluiten