Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10-nervig. De keel is gesloten door viltige haren en de kelktanden zijn van binnen glad

en staan, als de vrucht riJP 's, stervormig un. /.ij zijn stijf, lancetvormig, toegespitst, 3-nervig, 2 maal zoo lang als de buis. De bloemkroon is even lang als of weinig langer dan de kelk- " • 5-25 cM. Mei—Juli.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in bouwlanden en op droge heuvels in ZuidEuropa voor en is bij ons alleen aangevoerd op een, met sumac uit Palermo, bemest klaverveld bij Apeldoorn.

T. incarnatum ') L. Incar p.aatklaver (fig. 773).

Deze plant is dicht behaard met zachte aangedrukte haren. De stengel is krachtig, rechtopstaand, meest onvertakt, verwijderd bebladerd.

De bladen zijn gesteeld, vooral de onderste langgesteeld, zij hebben groote steunblaadjes, waarvan het vrije deel kort, eirond, getand,

stomp of spits en aan den top meest zwart purperkleurig is. De blaadjes zijn omgekeerd eirond, naar voren getand.

De bloemen staan in meest niet omhulde, groote, langwerpig-kegelvormige,

later cylindrische aren. Zij zijn alleenstaand, eindelings, langgesteeld. De bloemsteeltjes zijn door de dicht opeenstaande haren grijswit. De kelk heeft een dichte, ruw behaarde buis (daardoor is de bloeiwijze vóór het opengaan der roode bloemen witgrijs gekleurd) en lancet-priemvormige, meest 3-nervige tanden, die korter dan de bloemkroon zijn. De kroon'oladen der wilde plant zijn rose, die der gekweekte scharlakenrood gekleurd. De vruchtkelk heeft een eironde, behaarde buis en een open keel met behaarde, afstaande, stijve, lijnvormige, spitse, bijna gelijke tanden, die langer zijn dan de buis. O. 1,5-3 dM. Juni—Augustus.

Biologische bijzonderheden. De inrichting der bloem met het oog op de bestuiving is in hoofdzaak als bij T. pratense. De kroonbuis heeft een lengte van 8-9 mM, de kelkbuis van 5 mM. De vlag is samengevouwen, dus geschikt om als geleidende goot te dienen voor de slurven van insecten. Zij omvat met den voet harer plaat de nagels der zwaarden en der kiel bijna geheel, haar eigen nagel is vrij. De zwaarden hebben krachtige, over den koker der meeldraden liggende, blaasvormige uitsteeksels en ook nog een overlangschfe instulping, die met de opperhuid der kiel is samengekleefd.

Volksnamen. De naam incarnaatklaver is het meest in gebruik, doch op Zuid-Beveland, in Zeeuwsch-Vlaanderen en in Zuid-Limburg spreekt men van Fransche klaver, op Walcheren van meiklaver en in Zeeuwsch-Vlaanderen ook van rooblomme.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in weiden en op

i) incarnatum = vleeschkleurig.

Trifolium stellatum

Fis. 772. a vruchthoofdje, b vruchtkelk.

Trifolium incarnatum

c;,, *7"7i

Sluiten