Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn door een schutblad, dat langer is dan het scherm. De stelen der bloeiwiize ziin ee-st even lang doch later langer dan de bladen, in wier oksels zij staan. De kelktanden zijn 2 a 3 maal zoo kort als de buis (flg. 804). De peulen hangen ten slotte, zijn verlengd, lijnvormig samengedrukt, gebogen

nenaara, sterk gestreept, met 5 a 8 leden, die niet aan de 2 uiteinden zijn versmald (fig. 804). Het eindlid is in een snavel versmald, die langer is dan dit lid. O. 2-5 dM April—Juni.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt op droge, zandige plaatsen in Zuid-Europa voor. Zij is bij ons met serradelle ingevoerd en alleen bij Breda gevonden.

0. perpusiiius *) L. Vogelpootje (fig. 805).

Deze plant is eenigszins behaard. Uit den wortel komen vele liggende, zelden opstijgende, vertakte verwijderd bebladerde stengels.

De bovenste bladen zijn zittend, alle zijn 5-12jukkig. De blaadjes zijn ovaal of langwerpig alle

mpf ctpimKlorlnM _ <•

olt„„urauui, neuoen een aigeronden top

vnnLbl0e",e'! ,ij" ZT klei" (4"5 mM 'ang) en staan 3-8 bijeen, schermvormtg, op stelen, die korter of iets langer 7iin Han ri« hinri0„

o J" • """ «V uiuuv.11 , 111 WICI

n l/onlc lia' r>in n.. r~V . •

«jivolio /.ij aidctii. ue scnermen dragen aan den voet een gevind blad. De bloemen hebben een behaarden kelk met eironde tanden , die 3 a 4 maal zoo kort zijn als de buis (fig. 805), een bloemkroon, die dubbel zoo lang is als de kelk en een kleine afgeronde kiel heeft. De bloemkroon is wit, doch de kiel geel, de vlag is purperkleurig geaderd. De peulen staan uitgespreid opgericht, zijn een weinig gebogen netvormig geribd (fig. 805), behaard of onbehaard (fig. 805). Zij worden zwart, zijn in de geledingen vernauwd en loopen uit in een snavel, die nauwelijks korter is dan het laatste lid. De

7 JlHpn 7iin aiiooI i • _ • ^

Omithopus perpusiiius uingen vernauwd en loopen uit in een snavel, Fig. 805. die nauwelijks korter is dan het laatste lid. De

ook 4. 5-30 cM. Mei-juH*" °Vi"" brnin,00d' misschien

de klelne MoemPies "i" de Woonbladen tn de meeldraden aan den voet met den kelk vergroeid. Deze vergroeiing

kon beteeken,s hebben, omdat nu de geheele "voet der bloem z?c7nS

honig kan vullen, doch de onderzoekers vonden in de bloemen in het geheel

geen ïomg. De inrichting in verband met de bestuiving is als bij Trifolium

Mee draden en stamper zijn te gelijk ontwikkeld en even lang. Zelfbestuiving

De neulen^'hlhh T Zelde" °f "00it insectenbez°ek voorkomt.

loonende dieren ha V°™ V3" k,auwen- d^e blijven aan voorbij-

Ioopende dieren hangen en worden op die wijze wel verspreid. Ook wor-

en e kleine deelvruchtjes wel door den wind in alle richtingen vervoerd.

Dlaat'senZCwZEU/°Z^ "ederland- De Pla,lt komt op droge, zandige P West" en Midden-Europa voor en is bij ons algemeen.

0. salivus-) Brot. Serradelle (fig. 806).

Ui'den penwor,d k0l"en 'i8eendc' ops"igende

') perpusiiius = zeer klein. *) sativus = gekweeM Heukels, Flora.

42

Omithopus compressus

Fig. 804.

Sluiten