Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kelk heeft een weinig ongelijke kelktanden, die korter zijn dan de keikbuis (fig. 811). De peul is 12-16 mM lang, 3-4 mM breed, lijnvormig, bijna cylindrisch, bijna steeds onbehaard en 5-6-zadig (fig. 811). Zij is langer en smaller dan bij V. tetrasperma. De navel van het zaad is kort, ovaal (verschil met V. tetrasperma) en hoogstens •/* maal zoo lang als de omtrek van het zaad. O. 2-3 dM. Mei—Juli.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt op droge, dorre plaatsen, vooral op zandgrond in bijna geheel Europa voor en is bij ons bij Utrecht(?), Hoek, Waarde, IJzendijke, op Noord-Beveland en bij Amsterdam gevonden.

V. Cracca') L. Vogel wikke (fig. 812).

Bij deze plant komen uit den kruipenden wortelstok eenige vertakte, kantige, zwakke, in liet gras liggende of klimmende stengels, die evenals

ae oiaaen Denaard zijn.

De bladen zijn 8-12-jukkig en hebben vertakte ranken. De steunbladen zijn gaafrandig, halfspiesvormig. De blaadjes zijn langwerpig-lijnvormig, stomp of spits, met onder een zeer scherpen hoek uitgaande zijnerven. De zijranden der blaadjes loopen boogvormig.

De bloemen zijn blauwviolet, zelden wit, vrij kort (9-12 mM) en staan in trossen, die rijkbloemig en vrij dicht zijn, eerst een driehoekiglangwerpige gedaante hebben en nauwelijks even lang als of iets langer zijn dan de bladen, in wier oksels zij staan. De kelk is niet bultig en heeft ongelijke tanden. De bovenste tand is uit

een breeden voet plotseling priemvormig, zeer kort (fig. 812). De plaat der vlag is omstreeks even lang als of iets smaller dan de nagel. De peulen zijn 20-30 mM lang en 5-10 mM breed, langwerpig, onbehaard, in een voet samengetrokken, die korter is dan de kelkbuis en bij rijpheid bruin (fig. 812). De zaden zijn zwart of bruin, de navel is V-maal zoo lang als de omtrek van het zaad bedraagt. 4- 3-12 dM. Juni—Augustus.

Deze soort is van V. tenuifolia scherp te onderscheiden, beh. door de dichter opeenstaande en iets kleinere bloemen, door de uit een breederen voet priemvormig toeloopende kelktanden, door den nagel der vlag, die niet half zoo lang, doch even lang is als de plaat en door de peul, die niet lancetvormig, doch langwerpig, dus breeder is.

De variëteit 5. inctiiia ) Thuill. is sterker behaard en heeft smalle blaadjes.

Biologische bijzonderheden. Het vereenigd zijn der violette bloemen tot veelbloemige trossen doet ze flink opvallen.

De zwaarden zijn ieder op 2 plaatsen aan de kielbladen verbonden, de eene nl. de breedere verbinding, is zoo stevig door in elkaar stulpen der opperhuidscellen, dat het moeilijk is de zwaarden en de kiel zonder scheuren los van elkaar te krijgen. Ook zitten aan de kiel op de plaats, waar de nagel in de plaat overgaat, 2 naar beneden uitstekende kanten, die zich tegen de zwaarden leggen en den zijdelingschen toegang tot den honig afsluiten.

De zwaarden dienen weer als zitplaatsen voor de bezoekers en bij het

') De afleiding van dit woord is onbekend. Volgens sommigen zou het samenhangen met het Grieksche woord krangè, waarmede een Vlaamsche gaai of een dergelijke vogel bedoeld wordt en dan zou het slaan op den vorm der bloem, die met dien van een vogel overeen zou komen. -) incana = grijsgrauw.

Fig. 812.

Sluiten