Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vicia bybridn

Fig. 822.

grond in Zuid-Europa voor en is bij ons alleen bij Amsterdam aangevoerd waargenomen.

V. hybrida') L, Basterd wikke (fig. 822).

Deze soort gelijkt veel op V. pannonica. Zij heeft een klimmenden, hoekigen, gestreep-

ten en onbehaarden stengel.

ue bladen zyn 4-8-jukkig met meest vertakte ranken en omgekeerd eironde of langwerpige blaadjes, die afgeknot of uitgerand zijn en in het laatste geval een korten stekel dragen. Zij zijn aan weerszijden fijn behaard. De steunbladen zijn gaafrandig of2-lobbig, niet gevlekt, zeer klein eirond.

De bloemen zijn geelachtig, groot, okselstandig, alleenstaand, bijna zittend. De kelk is ruw behaard, klokvormig, met weinig ongelijke, opgerichte, priemvormige tanden, die korter dan de buis zijn. De vlag is van buiten tot aan den voet behaard. De peul is 25-30 mM lang. 8-9 mM breed, langwerpig, bijna ongesteeld, met witte uitstaande haren, die aan den voet op knobbels staan, bezet, is hangend en bruinachtig, 5-zadig (fig 822) De zaden zijn bruin. ©. 2-3 dM. April-Juni.

Vnnrknmm in ^

. t , , , c/i in ivzuenana. ue plant komt

in bouwlanden en op grazige plaatsen in Zuid-Europa voor en is bij ons alleen bii Amersfoort en Hilversum aangevoerd gevonden. J

V. Iiitea -) L. Gele wikke (fig. 823).

Deze plant is weinig behaard, teer. De stengel is slank, klimmend, niet vertakt

De bladen ziin 5-7-iiikkiV mPt ™i,„_ '

f Q . . . . * ' " IUIIIM.II cil J4UVC

of 2-lobbi^e, kleine steunblaadjes. die beneden aan den stengel bijna driehoekig zijn, bovenaan half pijlvormig. De blaadjes zijn lijnvormig-langwerpig, stomp of spits toeloopend

De bloemen zijn bleekgeel (de vlag heeft echter vaak roode strepen), groot, okselstandig, alleenstaand of 2 bijeenstaand, bijna zittend, rechtopstaand. Zij hebben een onbehaarden, klokvormigen kelk met zeer ongelijke lancetvormige, toegespitste tanden, waarvan de bovenste korter zijn en samenneigen, terwijl de onderste langer is dan de kelkbuis (fig. 823). De vlag is onbehaard en verschilt daardoor van die bij Vicia hybrida en V. pannonica. De peul is 25 a 30 mM lang, 8-9 mM breed, langwerpig gesteeld, met uitstaande witte haren bedekt, welke aan den voet op knobbeltjes staan (fig. 823). Zij is hangend en in

riinpn tnoctnml n a «• r.

bruinachtig. G. 2-5 dM. Mei-juli — • —'g- ue zaden zijn bolrond,

1Vorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in Midden- en Zuid-Europa op bebouwde en onbebouwde plaatsen voor en is bij ons alleen aangevoerd gevonden

(bij Deventer, Nijmegen, Amersfoort, Amsterdam, Gronsveldt, Overschie Middelburg en

Arnhem). '

V. lathyroides■') L. Latheruswikke (fig. 824).

Deze plant is behaard tot bijna kaal. Uit' den penwortei komen vele liggende of opstijgende, kantige stengels.

De onderste bladen hebben geen rank en bestaan uit 1-2 paar omgekeerd hartvormige blaadjes, de bovenste hebben een vertakte rechte rank en 3-4 paar langwerpige of lancetvormige, meest met een stekel puntje voorziene bladen. De steunbladen zijn half pijlvormig, gaafrandig niet gevlekt. s'

Vicia lutea

Fig. 823.

i) hybrida = basterd. ->) lutea = geel. •>) lathyroides = lathyrusachtig.

Sluiten