is toegevoegd aan uw favorieten.

De flora van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De bloemen zijn klein (6-7 mM), lichtviolet, alleenstaand, bijna zittend.

De kelk is hohaarH nipt crpliikp nripmvnrmifro

wv.iuuiu HIVl £\.IIJI\V, , pilVIIIVUlllll^C,

rechte tanden, die een weinig korter zijn dan de buis (fig. 824). De stijl is kort, over de geheele lengte gebaard. De peul is 2-3 cM lang, 3 mM breed, langwerpig-Iijnvormig, wat gezwollen, niet bultig, ongesteeld, onbehaard en is rechtopstaand of afstaand, bij rijpheid zwart (fig. 824). De zaden zijn bijna kubusvormig met knobbelpuntjes. O©. 5-22 cM. April—Juni.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt op droge, zandige plaatsen in bijna geheel Europa voor en is bij ons vrij algemeen, vooral in de duinen.

V. angustifólla ') Rih. Nachtwikke (fig. 825).

Deze soort is verspreid behaard.

De bladen zijn 3-7-jukkig, de blaadjes der bovenste bladen zijn lijn-lancetvormig of lijnvormig, spits, stomp of afgeknot, die der onderste omgekeerd eirond, uitgerand of afgeknot. De bladen hebben vertakte ranken

en getande, soms gevlekte steunbladen.

De bloemen zijn vrij klein (kleiner dan 2 cM), purperkleurig, zij staan alleen of 2 bijeen en zijn bijna zittend. De kelk heeft gelijke, lancetpriemvormige tanden, die even lang als de buis zijn. De vlag is onbehaard. De peul is 3-4 cM lang, 4-7 mM breed, langwerpig-Iijnvormig tot lijnvormig, bijna cylindrisch, niet bultig, ongesteeld, afstaand, onbehaard en is, als zij rijp is, zwart (fig. 825). De zaden zijn klein, bolrond, niet door een sponsachtig weefsel gescheiden. 19-45 cM. OO en O. Mei, Juni, soms tot Herfst.

Van V- sativa is de plant direct door de smalle

blaadjes te onderscheiden, van Lathyrus montanus door de ranken en de niet trosvormige bloeiwijzen.

Biologische bijzonderheden. Over de onderaardsche kleistogame bloemen, zie bij het geslacht Vicia. De inrichting der gewone bloemen is dezelfde als bij V. sativa. Daar men meent, dat de laatste ontstaan is uit V. angustifolia, is er alle reden voor om haar als ondersoort bij V. angustifolia te voegen.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt op bebouwde en onbebouwde gronden, het meest in zandige streken in geheel Europa voor en is bij ons algemeen.

V. angustifolia Rth. B. subspec. V. sativa-') L. Voederwikke (fig. 826).

Deze plant is behaard. De stengel is vertakt, opstijgend, klimmend.

De bladen zijn 5-7-jukkig met vertakte ranken en meest getande, halfpijlvormige, soms gevlekte steunbladen. De blaadjes zijn omgekeerd eirond

V1CI« ftnfrustifoua

Fig. 825.

') angustifolia = smalbladig. -') sativa = gekweekt. Hel'Kels, Flora.

43

Vicia lathyroides

Fig. 824.