is toegevoegd aan uw favorieten.

De flora van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schermen lijken te slaan. Vlag met 2 aanhangsels. Bovenste meeldraad boven den voet knievormig gebogen, vrij of zeldzaam in het midden met de overige vergroeid. Peul meerzadig.

Bladen 3-tallig gevind. Meest windende kruiden, met vrij groote bloemen. Zaadlobben bij de ontkieming als groene, dikke, niet bladachtige bladen boven den bodem komend, zelden in de zaadhuid blijvend.

Biologische bijzonderheid. Over het winden is op blz. 56 en 57 bij de hop gesproken.

Hier beweegt zich de stengeltop in een cirkel in 1 uur 57 minuten. Dit draaien gaat steeds in dezelfde richting n.l. van West door het Zuiden naar het Oosten, hetgeen links winden genoemd wordt. De weerhaken, die aan den hopstengel gevonden worden, ontbreken althans bij P. vulgaris.

Tabel tot het determineeren der soorten van het geslacht Phaseolus.

A. Zaadlobben boven den «rond komend. Trossen korter dan de bladen, in wier oksels zij staan. Peulen onbehaard vnlsaris blz. 686

B. Zaadlobben onder den «rond blijvend. Trossen langer dan de bladen, in wier oksels zij staan. Peulen ruw mnltillorus blz. 687.

P. vulgaris') L. Boon (fig. 845).

Bij deze plant is de stengel meest windend en verspreid behaard.

De blaadjes zijn eirond, lang toegespitst, met hartvormigen voet.

De bloemen staan in armbloemige trossen, die korter zijn dan de bladen, in wier oksels zij staan en hebben meestal witte kroonbladen. De peulen hangen, zijn tamelijk recht en glad. De zaden zijn wit of bruin, soms ook anders gekleurd. Tot 36 dM. O. Juni—September.

De variëteit /?. minus-) L. heeft een lagen, 3-5 dM hoogen, niet of nauwelijks windenden stengel.

Biologische bijzonderheden. Bij de bloem dezer plant is het linkerzwaard grooter dan het rechter (fig. 846). Aan den voet is de plaat van het zwaard samengetrokken en draagt daar een scheef, tandachtig, sappig, stijf uitsteeksel, dat in een indeuking van de kiel past. In het onderste derde deel van het zwaard zit aan de binnenzijde een halvemaanvormige, uitstekende plooi, die in een overeenkomstige groef van de kiel past. De laatste is klein, slakkenhuisvormig gedraaid, de opening aan den top is naar beneden gekeerd en ligt over het tandachtige uitsteeksel van het rechtsche zwaard. De scheeve

stempelvlakte aan het iets verbreede einde van den stijl is met een dichten krans van korte haren bezet, die niet alleen verhindert, dat de zich uit de bloem terugtrekkende insectenslurf den stempel derzelfde bloem aanraakt, maar ook tegengaat, dat de stempelvloeistof, die uit de door de wrijving tegen het ruwe insectenlichaam verscheurde stempelpapillen wordt afgescheiden, wegloopt. De helmknopjes geven hun stuifmeel aan den er door omsloten stijl af, doch de stempel bedekt er zich niet mede.

Phaseolus vulgaris Fig. 845. 1 vrucht, 2 zaad.

') vulgaris = gewoon.

-) nanus = dwergachtig.