Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een hol geluid tegen elkander te ratelen en tegelijk een groot lawaai te maken. Vooral bij regenachtig weder doen T. zich het luidruchtigst voor. Zij worden dan ook in de kolonie algemeen als de beste weerpropheten beschouwd. Hun geluid klinkt zeer eigenaardig, doch verschilt al naar gelang der soort. ^ In Suriname heeten T. Koejakees, „biegi naga pikien soortoe , d. w. z. groote en kleine soorten. Bij de Indianen draagt elke species een afzonderlijken naam. De tongen van vele T. worden bij de bereiding van „toelala" gebruikt (zie Muscivord).

In vele werken over Ornithologie worden T. als omnivoor beschouwd, hoewel andere schrijvers zooals Waterton, dit tegenspreken. Ook ik heb nimmer in de magen onzer soorten eenig overblijfsel van dierlijken aard aangetroffen. Volgens Azara echter zouden T. zelfs de eieren en jongen der Ara's vernielen.

Integendeel schijnen T. aan zachte vruchten en bessen, w.o. zelfs bepaalde soorten, de voorkeur te geven. Sir R. Owen heeft dan ook ongelijk te beweren, dat T. hunne snavels gebruiken om het voedsel te kauwen of liever te vermalen en dat dit opweegt tegen het ontbreken van vermalingsorganen

in de maag.

Volgens mij is de reden van het gemis dezelfde als bij de Euphoniince, nl. het volgen van een dieet van uitsluiten

zachte vruchten.

Een T. voedt zich op de volgende wijze: „Hij neemt een

vruchtje of bes op met de punt van zijn snavel, die dan onder een hoek van ongeveer dertig graden naar boven gekeerc wordt. Vervolgens stoot hij den snavel met kracht vooruit, waardoor het voedsel met een vaart naar binnen schiet. oor een oppervlakkig beschouwer schijnt het alsof de vogel ce vruchtjes in de lucht gooit en daarna weder opvangt. W anneer de vruchten klein zijn, kan het voeden geruimen tijd duren. Toch heb ik gevangen T. gezien, die bacoves van ongeveer - cM. lengte en meer dan i cM. dikte in hun geheel opslokten. En dat zonder gebruik te maken van de tong, o iet

voedsel eerst met den snavel te vermalen."

T worden zeer talrijk in onze wouden aangetroffen, hen zestal soorten nadert, vooral gedurende de droge seizoenen,

Sluiten