Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AULACORHAMPHUS.

a bec cannclé, onderscheiden zich, evenals de volgende soort, door een groen vederkleed, dat veel gelijkt op het groen van boombladeren. De neusgaten zijn verlengd en liggen ter zijde onder de culmenverhooging.

G. T. hebben diep gegroefde snavels. Tot nu toe heb ik deze vogels niet in Suriname aangetroffen, hoewel ze door Schomburgk in zijne Reizen beschreven werden als alleen voorkomende in kleine troepen op de Kanoekoe-bergen in Demerara.

A. whitelyanus, Salv. et Godm.

Ad. Groen, ond.d. helderder van tint; oogomtrek cn borstzijden blauwachtig; tippen der twee middelste staartp. kastanjebruin ; keel witachtig ; snavel zwartachtig, het grootste gedeelte v. d. culmen, tip en basi? v. d. ondersnavel rood ; basisband witachtig. L. 30, vl. 12, st. II, sn. 6.3. Gcogr. dist. Eng. Guiana.

„Hoewel Whitely's Toekan, eng. Whitely's Toecan, fr. Toucan de Whitely, nog niet door mij in Suriname is waargenomen, komt hij denkelijk toch voor in de oerwouden van het binnenland.

Familie der CUCULID/E.')

KOEKOEK ACHTIGEN.

„Koekoekachtigen, eng. Cuckoos, fr. Coucous, worden over de geheele wereld aangetroffen. Van de ongeveer 180 bekende soorten komen 35 in Amerika voor, terwijl 14 gerekend tot 6 geslachten en 5 subfamiliën, in de Guiana's tehuis behooren. Onze K. varieeren in lichaamsgrootte ongeveer tusschen een

Kop van Aulacorhatuphus whitely au ns.

*) Zie Deel I, p. 531.

Sluiten