Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEOMORPHUS.

Subfam. der NEOMORPHIN.E.

Species.

NEOMORPHUS, GLOGER.

N. rufipennis, Gray.

Ad. Bovenheft v. d. kop en achternek blauw overgaande in olijfgroen tusschen de schouders, aan den rug en de dekv. bov. d. st.; slagp. v. d. istcn rang purperachtig blauwzwart; staart metaalachtig lilagetint groen, overgaande in groenachtig zwart aan de enden der uiterste rectrices; slagp. v. d. 2Jen rang grootendeels lilagetint roodbruin, gewoonlijk niet een blauwzwart binnengedeelte; eene groote plek van naakt rood vel om de oogen tot aan den bek en omzoomd van onder aan het achtergedeelte door een band van zwarte vederen ; kin en bovenhelft der keel grijsbruin ; onderhelft der keel met een min of meer duidelijken, breedcn, zwarten of blauwzwarten band ; borst licht bruin; flanken donkerder ; abdomen en dekv. ond. d. st. grauwbruin ; basaal twee derde v. d. snavel zwart, overig gedeelte geelachtig groen; pooten olijfkleurig; iris bruin. L. 54, vl. 16.5, st. 28.5, tars. 5.8, culm. 4.5. Gcogr. dist. Guiana. Lok. dist. Het binnenland.

Bij de Blauwnek-Koekoek, eng. Blue-necked Cuckoo, fr. Coucou a nuque bleue, is de bovensnavelbasis bevederd tot

aan het vlies der spleetvormige neusgaten. De culmen ziet er nabij den voorkop sterk zijdelings samengedrukt uit; de vleugels zijn kort, rond en hol van vorm.

B. K. behooren tot onze fraaiste, grootste en slankste, maar tevens ook tot de allerzeldzaamste onzer Koekoeken. In de lagere kuststreken treft

men ze nooit aan en ook in het binnenland, waar B. K. bij paren of eenzaam leven, krijgt men zelden een individu te zien. Overigens verschilt hunne levenswijze niet van de andere Koekoeken.

Kop van Nfomorphns rufipennis.

Sluiten