Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Subfam. der CROTOPHAGIN^.

ANIES.

Species.

CROTOPHAGA, L.

C. ani, L. = id., Cab. in Schomb. Reis. — id., Schlegcl Mus. P. B. — Pctit Bout-de-Petun, Daub. = L'Ani des savannes, Buff. — C. rugirostra? Cab. in Schomb. Reis.

Ad. Zwart, met metaalachtigen, violetten, blauwzwarten en bronskleurigen weerschijn, de vederen aan kop, nek, rug en borst met metaalachtige randjes ; vederen aan keel en kop smal en gaffelvormig met min of meer zwarte strepen ; oogomtrek tot bek naakt en zwartachtig van kleur; snavel en pooten zwart: iris zwartbruin. Jong. Geheel zwartbruin, dof, zonder metaalglans; snavelkiel minder hoog. L. 32, vl. 13-5» st. 16.5, tars. 3.3, sn. 3. Geogr. dist. Van af Texas zuidwaarts tot bijna over geheel Z.-Amerika. Lok. dist. Vooral de lagere streken.

„De Gewone Anie, eng. Ani or Old Witch, fr. Ani ou Petit Bout-de-Petun, bezit een hooger uitgroeisel aan den bovensnavel dan de volgende soort. De gerimpelde snavel is sterk zijdelings samengedrukt, terwijl de bovensnavelrand er uitziet als het kort, krom lemmet van een kort mes. In het wild dient dit abnormaal uitgroeisel den vogels om met eene opwaartsche beweging tegen de nesten der Houtluizen, Termites, te stooten en dan de vluchtende insecten te bemachtigen; G. A. maken er evenwel in den omtrek van bewoonde plaatsen zelden gebruik van, maar geven de voorkeur aan parasitische insecten, z.g. koeparies, die ze van de ruggen der grazende runderen oppikken.

De koeien waardeeren de bewezen diensten en trachten hunne weldoeners niet te verjagen. In alle weilanden ziet men dan ook de Anies van den eenen naar den anderen koerug overvliegen. Hunne vlucht geschiedt langzaam met Happende vleugels en slepende lange, uit acht breede vederen bestaande, ronde

Sluiten