Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de lagere zwampachtige intermangrove terreinen worden U. M. zelden aangetroffen; veel talrijker daarentegen komen ze voor in de oerwouden en begroeide oevers van kreken, rivieren enz. En dat gewoonlijk eenzaam of bij paren in donkere lage boomen of dicht struikgewas, zelden in woudreuzen.

Schuw zijn U. M. volstrekt niet, zoodat men ze tot op een paar meters kan naderen. Hunne vlucht is minder zwak dan die der Trogons. Hun voedsel bestaat uit vruchtjes en insecten, die ze dikwijls op de wijze der Trogons bemachtigen en evenzoo het onverteerbare gedeelte weer uitbraken. Hun vleesch is min of meer even doorzichtig als dat der Jacamars.

M. m. broedt gedurende het droge seizoen, vooral den kleinen drogen tijd, in holen langs rivieroevers of verlaten holen van Armadillen. Het wijfje legt 2 of 3 witte glanzende, eenigszins rondachtige eieren. M. afm. 33 X 20 m.M.

Beide seksen broeden en schijnen even talrijk. De jongen hebben normale staartpennen en missen de zaagvormige inkervingen aan de snavelsnijranden; zij kunnen gemakkelijk getemd worden.

N.B. Het versieren der staartpennen schijnt niet alleen beperkt tot de Motmots; ook andere vogels met lange staarten trekken en pikken menigmaal aan de baardjes hunner staartvederen, /ie Phaethornis squalidtts en yacatncrops (paridis.

Familie der ALCEDINID.E.

IJSVOGELS.

„Van de familie der Ijsvogels of Koningvisschers, eng. Kingtishers, fr. Martin-pêcheurs, bestaan er ongeveer 200 soorten, verspreid over de gelieele wereld. In Amerika komen voor 11 species, waarvan 6, gerekend tot één geslacht, de Guiana's bewonen. Slechts één onzer soorten wordt als trekvogel beschouwd.

Onze K. hebben een middelbaar krachtigen lichaamsvorm, nogal korte, dikke halzen, groote koppen, groote, lange, wig-

Sluiten