Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C. amazona, Lath. = id., Cab. m Schomb. Reis. td., Schlegcl, Mus. P. B.

Bov.d. over het algemeen bronsgroen evenals de lange kuif; een witte band van af de snavelbasis om den achternek; slagp. zwartachtig, doch de buitenvlag min of meer als de rug, basis v. d. binnenvlag echter wit en min of meer bronsgroen gevlekt aan de slagp. v. d. 2-ien rang; staartp. bronsgroen van boven, doch van onder zwartachtig en de binnenvlag van alle, uitgezonderd de middelste met witte vlekken; eene lijn van bronsgroene vederen van af de snavelbasis langs de nekzijden; keel wit; een breede borstband roodbruin; overige ond.d. wit met bronsgroene strepen aan de flanken; snavel zwart; pooten zwartachtig; iris bruin.

Ongeveer hetzelfde doch met een min of meer afgebroken bronsgroenen in plaats van roodbruinen borstband. L. 30, vl. 12.5, st. 7.5, tars. 0.7, culm. 6.3. Geogr. dist. Centr. en Z.-Amerika. Lok. dist. Vooral de lagere streken.

Amazone Koningvisschers, eng. Amazone Kingfishers, fr. Martin-pêcheurs des Amazones, behooren niet tot de gewoonste onzer Ijsvogels, hoewel men ze meermalen kan waarnemen, vooral langs de oevers van kreken en op zwampachtige plaatsen. In lichaamsgrootte komen A. K. overeen met de voorgaande soort, doch gelijken wat kleur betreft, wel wat op de Kleine Groen- en witte Koningvisschers, van wie ze ook in levenswijze niet verschillen. Alleen klinkt hun geluid harder en krassender. Bij de Indianen staat de A. K. bekend als Sohie.

C. a. broedt terzelfder tijd als C. torquata en dikwijls graven beide soorten hunne nestholen naast elkander. Die der A. K. zijn evenwel kleiner en minder diep. Het wijfje legt 3 of 4 rondachtige, elliptische, glanzend witte eieren, die steeds omringd zijn door hoopen onwelriekende vischgraten.

M. afm. 34 X 26 m M-

C. inda, L. = PI. enl. 592 = C. bicolor, Cab. in Schomb. Reis. = C. viridirufa, Schlegcl, Mits. P. B.

O Bov.d. bronsachtig groen evenals de lange kuil; eene roodbruine streep vanaf de neusgaten tot de oogen; onderrug en buitenvlag der slag- en staartp. met kleine witte vlekjes, de binnenvlag echter met witte dwarsvlekken; ond.d. kastanjerood. kin en nekzijden lichter van tint; snavel zwartachtig; pooten geelachtig bruin; iris bruin O Ongeveer hetzelfde maar met een wit en groen gevlekten band over de borst. L. 22, Vl. 10, st. 6.5, culm. 4 8. Geogr. dist. Van af Nicaragua tot het dalgebied der Amazone. Lok. dist. Vooral de lagere streken.

Sluiten