Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STENOPSIS.

buitenvlag; staartp. okergeel met zwarte vlekken en onduidelijke dwarsstrepen; de drie buitenste paren min of meer gelijkmatig gekleurd nabij de tippen en ongeveer de helft v. d. binnenvlag zijdeachtig wit van boven en okergeel van onder; ond.d. licht roodachtig taankleurig met zwartachtige vlekken en dwarsstrepen en een geelachtigen dwarsband aan de keel; borst donkerder; buik en dekv. ond. d. st. meer gelijkmatig; dekv. ond. d. vl. donkerbruin met okergele dwarsstrepen. Ongeveer hetzelfde, doch de geheele staart gevlekt zonder eenig wit of gelijkmatig okergeel; de witte vlekken aan de buitenste rectrices varieeren in afmeting, dikwijls bijna de geheele lengte der vederen innemende; de endhelft v. d. buitenvlag en tip dikwijls ten naastenbij éénkleurig of soms gevlekt. Jong Lichter van tint, witachtig geel met bruinachtig zwarte ronde endvlekken en zwartachtige basis aan de vederen; ond.d. dwars gestreept. L. 2', vl. 18, st. 13• 'ars- 1 Gcogr. dist. Tropisch Z. Amerika van af Panama. Lek. dist. Het binnenland.

„De Roodbruin Gevlekte Nachtzwaluw, eng. Rufous Xighthawk, fr. Engoulevent roux tacheté, behoort in de lagere streken tot de zeldzaamste der Caprimulgi, maar komt overigens in levenswijze geheel met de andere soorten overeen.

Eieren van C. r. uit Brazilië worden beschreven als roomgeel met kleine violette en bruinachtige schaalvlekken.

Afm. 30 X 22.5 m.M. (Xehrkorn).

STENOPSIS, CASS.

S. cayennensis, Gm. = Engoulevent vane dc (ayenne, BiiJf. = Crapaud volant dc Cayenne, Dattb. = Lapritnulgus c., Cab. in Schomb. Reis.

<j' Bov.d. licht bruinachtig grijs met zwartachtige vlekken; kruinvederen zwartachtig met licht roodbruine zoomen; een roodbruine band 0111 den achternek ; schoudervederen donker bruinachtig zwart in het midden, met taankleurige randen , eerste vier slagp. zwartachtig bruin met een breeden witten band over het midden en een smalleren onvolmaakten nabij de basis, de overige slagp. v. d. i*'en langmet drie eenigs/ins onvolmaakte dwarsstrepen; slagp. v. d. 2'l,n rang wit getipt en met twee breede witte plekken over bijna de geheele binnenvlag; buitenste paar rectrices zuiver wit met een donkerbruinen band in het midden, volgende twee paren met een kruisband; de tip en een breede zoom aan de buitenvlag donkerbruin, volgend paar naast het middelste hetzelfde maar zonder band ; middelste paar grijsachtig bruin met smalle donkerbruine dwarsstrepen en vlekken; kin, keel en onderbuik wit; dekv. ond. d. st. geelachtig wit, borst en bovenbuik bruin en geelachtig. O Eenigszins verschillend van kleur; bov.d. donkerder en meer gelijkmatig; vlekken

Sluiten