Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CHORDEILES.

band aan de vier eersten en een of twee duidelijke en een onduidelijken aan de overigen; binnenvlag der slagp. v. d. 2den rang met witte dwarsstrepen; staart opmerkelijk gevorkt, doch het middelste paar rectrices verlengd, grijs met zwarte dwarsstrepen; buitenvlag van het buitenste verlengde paar donkerbruin, doch het basisgedeelte grijsbruin dwarsgestreept en de tippen wit, binnenvlag gedeeltelijk wit met grijze tippen en groote en kleine donker zwartachtig bruine vlekken; rectrices naast het middelste paar wit met breede bruine tippen en bruin getint nabij de basis v. d. buitenvlag; basis der kortste staartp. zwartachtig; kin en bovenkeel witachtig; borst geelachtig met donkerbruine dwarsstrepen; abdomen bijna wit; crissum zandachtig geelachtig getint. $ Bov.d. als bij het mannetje; eerste slagp. met een afgebroken roodbruinen band; endvlekken der vl.dekv. geelachtig; abdomen en de d.v. ond. d. st. geheel dwars gestreept; rectrices zwartachtig bruin met lichtbruine dwarsstrepen zonder wit. Jong rj' Ongeveer als het wijfje, maar de vlekken aan de eerste slagp. geelachtig wit en de buik met minder dwarsstrepen. L. 25.5, vl. 15.5, st. uit. reet. 15, midd. 14, kortste 9, tars. 1.5. Geogr. dist. Eng. Guiana en Suriname. Lok. dist. Woudrijke streken.

„Scliomburgk's Nachtzwaluwen, eng. Schomburgk's Nighthawks, fr. Engoulevents de Schomburgk, behooren tot onze zeldzame soorten en zijn kenbaar aan een eigenaardig gevormden, bij het wijfje echter korteren staart.

jyi B. Volgens de Indianen zou er in het binnenland een Nachtzwaluw voorkomen met uiterst lange staartvederen; denkelijk wordt hiermede eene der soorten Lier-nachtzwaluwen, Macropsalis, bedoeld.

CHORDEILES, SWAINS.

C. virginianus, Gm.

y Bov.d. zwart met een heel lichten metaalglans, de zijden der vederen geelachtig gevlekt; basis der roodbruin getinte schoudervederen grijsachtiger; vl.dekv. meer gevlekt met licht taankleurig; een min of meer roodbruin gevlekte band om den achternek; slagp. v. d. Isten rang donkerbruin, de vijf eersten met een breeden witten band nabij het nuddcu, en soms ook aan de zesde slagpen; binnenvlag der slagp. v. d. 2Aen rang licht grijsachtig dwarsgestreept; binnen- en buitenvlag der rectrices met onduidelijke licht geelachtige of geelachtig grijze dwarsstrepen en een witten dwarsband nabij de uiteinden, uitgezonderd het middelste paar; eene groote V-vormige witte keelvlek; abdomen dwars gestreept, geelachtig wit en bruin. Q Ongeveer hetzelfde, maar met geelachtige in plaats van witte keelvlek; staart zonder witten endband; vleugelvlekken kleiner; buik en crissum geelachtiger. Jong Minder helder van kleur, de ond.d. met talrijker en kleiner vlekken en over het

Sluiten