Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CÏPSELIPJE.

bruin, zwart en wit. L. 23—25, vl. 20—21.3, soms zelfs 17.5 of 1", st. 9.2, tars. 1.3. Geogr. dist. De Guiana's tot Z. Brazilië. Lok. dist. Vooral hei binnenland.

„Bruinbuik Nachtzwaluwen, eng. Brown-bellied Xighthawks, fr. Petits Engoulevents a ventre brun, worden nogal dikwijls aangetroffen, vooral in het binnenland, en zijn kenbaar aan hun als het ware afgeknotten staart, alsmede van voren bevederde tarsi.

Familie der CYPSELIDAE.

GIERZWALUWEN.

„In vorm, vlucht en levenswijze komen Gierzwaluwen, Muurzwaluwen, eng. Swifts, fr. Martinets, veel overeen met eigenlijke Zwaluwen. Alle worden gekenmerkt door tien slagpennen van den eersten rang, minder dan negen van den tweeden rang alsmede tien staartpennen. De vederen zijn voorzien van kleine maar duidelijke achterschachten; het borstbeen is hoog en de humerus evenals bij de Kolibries zeer kort, zoodat de uiterst lange, spitse vleugels dicht tegen het lichaam aan liggen. De snavel is zéér kort, breed bij de basis, terwijl de mondhoeken tot achter de oogen reiken en ver uit elkander staan, evenals bij de Geitenmelkers. De bek ziet er dan ook van binnen uit als een muil en is evenzoo met eene kleverige zelfstandigheid bedekt; aan de snavelbasis ontbreken evenwel borstelharen. De pooten zijn kort en klein, de achterteenen min of meer naar voren gekeerd. De staart is doorgaans gevorkt, de pennen hebben stijve schachten en dikwijls naaldachtige of doornachtige uiteinden, waardoor de G. evenals Spechten zich tegen loodrechte, dikwijls zelfs zeer gladde wanden kunnen klemmen.

Wat vederkleed aangaat, onderscheiden G. zich door eene min of meer zwarte kleur, afgewisseld door bruin, grijs en wit. Hunne huid is volstrekt niet zoo teer als die der Caprimulgidae, maar ook niet zoo opmerkelijk dik als bij de Trochilidae. Alle

Sluiten