Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben tevens zwarte of donkerbruine irides en doorgaans zwartachtige pootjes.

G. vergaren hun voedsel, uitsluitend insecten, hoog in de lucht rondvliegende of liever fladderende evenals zwaluwen en eveneens met geopenden bek, waarin dan de insectjes blijven vastkleven. Evenzoo gaat de vlucht vergezeld van een gierend of fluitend geluid.

G. ruien ééns per jaar, leven bij paren of kleine troepen, maar slapen in groote vluchten bij elkaar in holle boomen enz. Vele soorten nestelen ook te zamen, andere weer prefereeren de eenzaamheid en bouwen hunne nesten op de ontoegankelijkste plaatsen. De vasthechting der nesten geschiedt niet door spinnewebben zooals bij vele Kolibries, maar uitsluitend door eene lijmachtige, door de vogels zelve afgescheiden zelfstandigheid. Deze zelfstandigheid, waaruit de bekende eetbare vogelnestjes der Chineezen geheel bestaan, verhardt in de lucht, waardoor het nest stevig tegen tak, muur, rots enz. wordt vastgekleefd. En die nesten behooren doorgaans tot de eigenaardigste.

G. leggen ten naastenbij glanslooze of geheel glanslooze witte eieren, die veel overeenkomst hebben met die der Kolibries; de vorm is nl. gestrekt, cylindrisch stomp ovaal. Voor zoover geoordeeld kan worden, broeden beide seksen en schijnen even talrijk.

Ongeveer 80 soorten G. zijn bekend, verspreid over de geheele wereld. Omstreeks 40 behooren in Amerika te huis, terwijl onze fauna 10 species, gerangschikt onder 4 genera en 2 subfamiliön telt.

G. staan in de kolonie bekend als Zwaluw of Zwaluw-piet en bij de Indianen als Soloja of Sololieja; alle zijn standvogels, hoewel opmerkelijk treklustig van natuur. De jongen bezitten doorgaans doffer kleuren dan de ouden. Evenals de Zwaluwen worden G. door de Indianen benuttigd tot bereiding hunner toelala (zie Muscivora).

Subfamiliï'n.

A. Tecnen onbevederd; staartp. van ten naastenbij gelijke lengte of maar weinig gevorkt.

CHAETURINyE.

Sluiten