Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

P. atricapillus, Gm. = id„ Cab. in Sc/iomb. Reis.

rj: Bov.d. grijs met min of meer zwarte vlekken aan den middenrug; bovenkop glanzend zwart; voorkop en lora wit; vleugels zwart met witte randen; staart zwart met breede witte tippen; ond.d. licht witachtig grijs; dekv. ond. de vl. en binnenzoomen der slagp. wit; snavel loodkleurig; pooten zwartachtig bruin. 9 Bov.d. dof olijfgroen met eene roodbruine tint aan den bovenkop; vleugels zwart met roodbruine randen; staart zwart met roodbruine tippen; ond.d. geelachtig. L. 12.5, vl. 7, st. 5.5. Geogr. dist. De Guiana's, het dalgebied der Amazone en Brazilië. Lok. dist. Vooral het binnenland.

„De Grijsbuik Becard, eng. Gray-bellied Becard, fr. Becard a ventre gris, onderscheidt zich van de vorige soorten door een grijzen buik, gepaard aan een glanzenden bovenkop.

Jn de lagere zwampachtige streken komen G. B. slechts bij uitzondering voor, veel talrijker daarentegen meer in het binnenland. Overigens verschilt hunne levenswijze niet van de gewone Tohies.

Subfam. der LIPAUGINQi.

Genera.

A. Achtergedeelte v. d. tarsus glad; snavelwortel met slechts enkele borstelharen.

„Buitenteen vereenigd bij [de basis; seksen van gelijke kleuring, geheel grijs of verschillend, en dan wordt het mannetje gekenmerkt door een rooskleurigen halsband.

.... LATHRIA, SWAINS.

„Buitenteen verbonden tot het eind v. d. tweeden phalanx; seksen verschillend, het mannetje met onregelmatig gevlekte onderdeelen.

AU MA, BONAP.

B. Tarsus minder krachtig en het achtergedeelte ervan tevens ruw; seksen tamelijk verschillend; bov.d. bij het mannetje grijsachtig, middenbuik geelachtig.

LIPAUGUS, BOIE.

Sluiten