is toegevoegd aan uw favorieten.

De vogels van Guyana (Suriname, Cayenne en Demerara)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

COTINGIDJE.

Subfam. der RUPICOLINCE.

Genera.

A. Kuif klein en liggend.

„Vierde slagpen v. d. eersten rang bij het mannetje uitloopend in eeo hoornachtig filament; tarsi en teenen middelbaar ontwikkeld; seksen verschillend, het mannetje purperbruin aan den rug en scharlakenrood aan buik en borst.

.... PHOENICOCERCUS, CAB.

B. Kuif zeer groot, hoog opgericht en sterk zijdelings samengedrukt.

„Binnenvlag aan het endgedeelte v. d. eersten slagpen ingesneden; pooten zeer krachtig; seksen verschillend, het mannetje oranjekleurig niet eenig bruin en wit

RUPICOLA, BRISS.

Species.

PHOENICOCERCUS, CAB.

Ph. carnifex, L. == i</., Cab. in Schomb. Reis.

Bov.d. donker purperachtig bruin, donkerder, zwarter aan den ach ter nek; bovenkop, waaraan eene kleine kuif helder scharlakenrood evenals de stuit; vleugels zwart; slagp. v. d. rang en dekv. kastanjebruin met donkerder randen ; staartp.

helder scharlakenrood met breede bruinachtige tippen; ond.d. helder scharlakenrood, borst en keel bruinachtig van tint; snavel donker hoornkleurig; pooten geelachtig bruin. $ Bov.d. olijfbruin, bovenkop en staart scharlakenrood van tint; ond.d. bruin, buik bloedrood getint of gevlekt; snavel en pooten bruin. L. 17.5, vl. 9.3, st. 7.5. Geogr. dist. De Guiana's en de Beneden-Amazone. Lok. dist. Het binnenland.

„De Vuur-Kotinga's, eng. Fire-birds, hebben geen borstelharen bij den snavelwortel. De tarsi zijn krachtig, hetgeen eene levenswijze op den grond aanduidt. Ook is bij het mannetje het uiteinde van den vierden slagpen hoornachtig uitgegroeid. Zeer eigenaardig hebben de wijfjes echter wel 1.2 c.M. langer vleugels dan de mannetjes.

De V. K. wordt meestal bij paren, bijna uitsluitend in de