Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

COTINGA.

de volgende soort, en wel als Tarieka. Hij zou ook in holle boomen nestelen.

„Eene uiterst merkwaardige kleurverandering kan teweeg gebracht worden met behulp van hitte, zoowel bij de P. K. als bij de twee volgende species. Indien men nl. met een gloeiend ijzer, zeer voorzichtig, zonder de vederen te zengen over het gevederte strijkt, gaat het purperroode gedeelte over in helder glanzend rood. Men vertelt, dat deze belangrijke ontdekking gedaan werd in Demerara. Een vogelopzetter had nl. onder het werken des nachts niets anders tot zijne beschikking als een houtvuur. En toen hij met de huiden te dicht bij de vlam naderde, zag hij tot zijne verbazing de algeheele kleurverandering der vederen.

„Het bovenstaande is naar mijne meening een onbetwistbaar bewijs van den directen invloed der temperatuur op de kleur van vogels. Zeer waarschijnlijk ontstond de scharlakenroode kleur, waarmede vele soorten Kotinga's versierd zijn, door eene hooge temperatuur. De roode kleur is bij de genera Cotinga en Xipholena als het ware aan het opkomen ; zeer zeker zullen er na geslachten op geslachten in de toekomst scharlakenroode species van deze genera bestaan. (Zie voorrede, deel I).

C. cayana, L. = Cotinga de Cayenne, PI. Enl. 624 = Ampclis cayana, Cab. in Schomb. Reis.

of meer roodbruine randen; dekv. ond. d. vl. en binnenranden der slagp. en staartp. roodbruin. L. 20, vl.11.5, st. 8.

Bov.d. helder glanzend blauw niet enkele zwarte vlekken; vleugels zwart met min of meer blauwe randen ; staart zwart; ond.d. helder glanzend blauw, keel donkerroodachtig purperkleurig; randen aan de binnenvlag der slagp. v. d. 2den raDg wit; snavel en pooten zwart. 9 Bov.d. donkergrijsachtig, het midden van elke veder zwart; vleugels en staart zwart met roodbruine randen ; ond.d. lichter van tint, buikvederen met min

Kop van Cotinga cayana.

Sluiten