Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IODOPLEURA.

baga-baga" en kan op grooten afstand gehoord worden. Tevens buigt de vogel den kop eenigszins naar omlaag en trilt met de vleugels, alsof het voortbrengen der geluiden hem doet sidderen. Onder het vliegen laat hij echter een zachter „krau krau" hooren.

Evenals de Rotshaan en zoovele andere fraaie Kotinga's schijnt de Baga-baga geen gevangenschap te kunnen verdragen en sterft binnen enkele weken.

Noch Indianen, noch andere woudloopers, zoowel hier als in Demerara, schijnen de broedplaatsen der P. K. te kennen, hoewel enkele beweren dat deze vogels in holle boomen enz. nestelen, hetgeen ook mijne meening is. Gedurende het broedseizoen zouden de mannetjes zich ook zelden of nooit laten hooren, zoodat hun aantal dan, als het ware minder schijnt dan op andere tijden. Maar of dit absoluut zeker is, valt moeielijk te bepalen.

IODOPLEURA, LESS.

I. fusca, Vieill.

w*, Bov.d. dof zwart met een sneeuw witten band over de stuit; ond.d. grijsbruin; middenbuik en dekv. ond. d. st. wit; een kwastje van verlengde violetblauwe vederen aan elk der borstzijden; dekv. ond. d. vl. wit; snavel en pooten zwart. 9 Ongeveer hetzelfde, doch zonder kwastjes aan de borstzijden. L. to.5, vl. 8.5, st. 3.8. Geogr. dist. De Guiana's. Lok. dist. Het binnenland.

„Evenals de twee volgende species worden Bruinkeel Violetborstjes, eng. Small Dusky Cotinga, onderscheiden door violetkleurige kwastjes van verlengde vederen aan de borstzijden. Alle behooren tot de kleinste der Kotinga's en zijn tevens nauw verwant aan de Pipridae.

„B. V. verschijnen en verdwijnen terzelfder tijd als de Bagabaga's en andere Kotinga's. Ook hun voedsel komt overeen.

I. pipra, Less. = id. Cab. in Scliomb. Reis.

<ƒ Bov.d. grijs, kop donkerder, bijna zwart; vleugels en staartp. zwartachtig met bruinachtige zoomen; ond.d. grijs met talrijke witte dwarsstrepen ; keel, onderbuik

Sluiten