Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FLUVICOLA.

FLUVICOLA, SW.

F. pica, Bodd. = Gobc-mouche Pie de Cayennc, Daub. = F. bicolor, Cab. in Schomb. Reis.

Ad. Bov.d. wit; achterkop en middenrug zwart; vleugels en staart zwart; schoudervederen, buitenranden der slagp. v. d. 2<len rang en uiteinden der staartp. wit, evenals de ond.d.; snavel en pooten zwart. L. 12.5, vl. 6.8, st. 5.5. Geogr. dist. De Guiana's, Venezuela en Columbia. Lok. dist. De kustzoom en intermangrove terreinen.

„Katoenvogels, eng. Cotton birds, fr. Gobe-mouches Pies, zijn dadelijk van de andere Tiranvogels te onderscheiden door hun zwart en wit vederkleed, alsmede geheel witte onderdeden. De wijfjes en jongen zien er doffer van tint uit, min of meer grijsachtig zwart en wit. Bij de jongen ontbreken tevens de witte staarttippen.

In het binnenland komen K. niet voor, maar talrijk daarentegen langs de oevers van kreken en rivieren, of langs de zeekust. Ook op zwampachtige plaatsen treft men ze dikwijls aan bij paren of eenzaam, nooit in troepjes. Maar vooral langs rivieroevers of langs de zeekust ziet men K. op de lagere Mangro- en Parwaboomen, <>p boomstronken of op de kanten van booten enz. zitten. Hun geluid klinkt zeer eenvoudig en zwak. Hun voedsel bestaat uitsluitend uit insecten. In de kolonie staan K. bekend als Katoen-fowroe d. w. z. Katoenvogels, en bij de Caraïben als Maso of Toepoesioe.

F. p. broedt min of meer het geheele jaar door, maar vooral gedurende het laatste kwartaal. Het groote, ronde, bovenaan van een zijingang voorziene nest van ongeveer 12 cM., in doorsnede wordt bijna overal op lage struiken langs waterkanten waargenomen. Het nestmateriaal bestaat uit grashalmen, bladeren en veel katoen, waaraan de vogel dan ook den naam „Katoenvogel" te danken heeft. Het wijtje legt 2 of 3 ovale, soms rondachtig ovale, licht glanzende, witte of witachtig roomkleurige eieren, met slechts enkele duidelijke of onduidelijke roodbruine vlekjes en stippen om het stompe end der schaal. M. afm. 19 X '5 m.M.

Sluiten