is toegevoegd aan uw favorieten.

De vogels van Guyana (Suriname, Cayenne en Demerara)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ORNITHION.

af gebouwd. Het wijfje legt gewoonlijk 2, zelden 3 ovale of breed ovale, zelden elliptische, bijna glanslooze, witachtig roomgele, of opmerkelijk roomgele eieren. M. afin. 18 X 13-5 14 m.M.

X.B. Zoowel wat kleur als afmeting aangaat, bestaat er buitengewoon veel individueel verschil tusschen de Gewone Popio's in de kolonie verzameld. Bij enkelen zijn de vleugelbanden witachtig, bij anderen geelachtig en bij anderen weer roodbruin of roestbruin, evenals bij M. Utmbczana van Peru. Maar er bestaan ook individuen met onregelmatig gevlekte vleugelbanden of een witachtigen en een geelachtigen vleugelband, of wel een witachtigen en een roestbruinen, of wel een geelachtigen en een roestbruinen. \ oorai bij jonge individuën is de roestbruine tint zeer opmerkelijk, terwijl zich aan den kop min of meer roestbruine vederen bevinden. Naar mijne meening zijn de vleugelbanden eerst roestbruin van kleur, gaan dan over in geelachtig, om ten laatste in witachtig te veranderen bij tot volkomenheid opgegroeide individuen.

ORNITHION, HARTL.

0. inerme, Hartl.

Ad. Bov.d. olijfgroen, bovenkop loodkleurig met een witten band tusschen de oogen; vleugels zwart met groote, duidelijke, witte tippen, die twee banden aan eiken vleugel vormen; randen der slagp. v. d. 2-len rang olijfgroen; staartp. bruinachtig met olijfgroene randen; ond.d. geelachtig, keel witter, zijden eenigszins olijfgroen; dekv. ond. d. vl. citroengeel; snavel zwartachtig; poolen donkerbruin. L, 9.3, vl. 5, st. 3.8. Geogr. dist. De Guiana's en O. Ecuador. Lok. dist. Vooral de lagere streken.

„De Grijskop Baardlooze Tiran, eng. Gray-crowned Beardless Tyrant, komt zoowel in levenswijze als kleur veel overeen met de volgende species, doch bezit een naar verhouding langeren snavel alsmede een witten band tusschen de oogen. Evenals bij de volgende 3 species is het uiteinde van den snavel sterk zijdelings samengedrukt en verlengd, terwijl ook de borstelharen bij den snavelwortel bijna of geheel ontbreken.

O. pusillum, Cab. et Heine.

Ad. Bov.d. olijfgroen, bovenkop donkerder, bruinachtig; lora en oogomtrek eenigszins witachtig; vleugels zwartachtig, vl. dekv. met groote, duidelijke, witte tippen, twee banden aan eiken vleugel vormende; randen der slagp. v. d. 2<k'n rang olijfgroen; staart donkerbruin met olijfgroene randen; ond.d. geelachtig of witachtig

15