is toegevoegd aan uw favorieten.

De vogels van Guyana (Suriname, Cayenne en Demerara)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

snavel en krachtigere pooten dan deElaineas. levens zijn de borstelharen bij den snavelvvortel duidelijker te zien,

„De C. G. T. behoort tot onze gewoonste vogels en wordt zelfs talrijk in de stad Paramaribo aangetroffen. Hij staat bekend als Marechaussée-Grietjebie, omdat zijn geluid overeenkomt met het woord „marechaussee" of ook wel als een, met flappende vleugeltjes, snel geuit „tjie-le-le-le", gevolgd door een langgerekt, fluitend „liee". De naam Grietjebie doelt op de gelijkenis in kleur met Pitangics sulphuratus. Bij de Arowakken heet de C. G. T. ljolielie en bij de Caraïben K.oeliemalo of Koweiupa.

„Het voedsel van den C. G. T. bestaat zoowel uit vruchtjes als insecten. Vooral op pepers schijnt hij uiterst belust, maar eet echter bij uitzondering zachte tuinvruchten.

M. c. broedt min of meer het geheele jaar door, maar vooral gedurende het kleine, droge seizoen. Het nest heeft min of meer den vorm van een ei, met den nogal uitstekenden lossen ingang aan de bovenzijde. Het wordt samengesteld uit droge grashalmen en enkele bladeren en meet ongeveer 23 c.M. in hoogte en omstreeks 13 c.M. in doorsnede. Het nest hangt niet, maar rust tusschen takjes of twijgjes van af 2 tot 20 meters van den grond af. De 2 of 3 eieren zijn doorgaans ovaal, ten naastenbij glansloos wit, witachtig roomgeel of roseachtig en, vooral om het stompe end der schaal, gestipt en gevlekt met dof chocoladebruin, roestbruin, zwartbruin en eenig lilagrijs. M. afm. 24 X J7 m-M.

„Bij sommige exemplaren vloeien de vlekken ineen tot een breeden krans, terwijl andere, hoewel uiterst zeldzaam, geheel ongevlekt zijn. Gewoonlijk vindt men in één nest een of twee eieren met, en een zonder krans. De eieren gelijken dikwijls ook, vooral roseachtige exemplaren, op die van Elainca paga?ia, maar de bevlekking is nimmer roodbruin, terwijl ook de lilagrijze bevlekking veel minder duidelijk uitkomt.

M. sulphureus, Spix.

AJ. Bov.d. olijfgroen, bovenkop grijs ; kruinvlek geel; kopzijden zwaitachtig, vleugels en staartp. zwartachtig bruin, met min of meer roodbruine zoomen, ond.d.