Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overig'ens in levenswijze enz. niet van de gewone Geelkin Vietjo's. M. afin. der 2 tot 4 eieren: 21.5 X 16 m.M.

S. bruneicauda, Scl.

Ad. Bov.d. bruinachtig grijs ; voorkop, bovenkop en het buitengedeelte der vleugels kastanjerood; staart bruinrood; ond.d. donker grijs, flanken en crissum bruinachtiger. L. 15, vl. 6, st. 7.5. Geogr. dist. Eng. Guiana, Suriname en het dalgebied der Amazone. Lok. dist. Zeldzaam in de lagere streken.

„De Bruinstaart Vietjo, eng. Brown-tailed Rootie, heeft een naar verhouding krachtigen snavel en nogal dikke pooten. Overigens verschilt hij in levenswijze niet van de andere soorten.

S. albescens, Temm.

Ad. Bov.d. muisbruin, voorkop bruin ; bovenkop en randen der vl.dekv. roodbruin ; staart bruin; ond.d. lichtgrijs ; keel en middenbuik wit; flanken en crissum bruinachtig; bovensnavel zwart, ondersnavel grijsachtig; pooten groenachtig geel. L. 15, vl. 5.3, st. 6.8. Geogr. dist. Van af Veragua tot Argentinie. Lok. dist. Vooral de lagere streken.

Onze Witbuik Vietjo's, eng. White-bellied Rootie, zouden behooren tot de subspecies S. a. albigularis, gekenmerkt door eene wittere keel dan de typische subsoort.

Hoewel niet zoo gewoon als de gewone Geelkin Vietjo's, worden de W. V. toch talrijk in de lagere streken aangetroffen .vooral langs zoetwaterkanten en op zwampachtige plaatsen. In levenswijze, geluiden enz. verschillen ze overi¬

gens niet Van S% ClfinattlO- Staart van Synallaxiï albescens.

mea, doch broeden meestal

gedurende November, December of Januari. Ook de nesten zijn een paar centimeters langer en breeder, terwijl de m. afm. der 2 eieren ongeveer 22—24 X '7—m.M. bedraagt.

Het is inderdaad bijna onbegrijpelijk, hoe W. V., ondanks

Sluiten