Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NASICA.

P. albolineatus, Lafr.

Ad. Bov.d. bruin, kop en achternek donkerder en bedekt met zeer smalle, lange, licht bruinachtig gele schachtstrepen j boven-slagp., stuit en staart roestbruin; ond.d. bruinachtig met eene grijsachtige tint en bedekt met lange, licht bruinachtig gele schachtstrepen met zwarte zij-zoomen ; keel ongevlekt, bruinachtig geel; dekv. ond. d. vl. en binnenvlag der slagp. kaneelbruin; bovensnavel zwartachtig, ondersnavel grijsachtig; pooten grijsgroen. L. 18, vl. 8.8, st. 7. Geogr. dist. Columbia, Venezuela en de Guiana's. Lok. dist. Woudrijke streken.

„De Witstreep Boomklimmer, eng. Streak-headed Woodhewer, komt nogal overeen met de voorgaande soort, doch heeft strepen, geen puntjes, aan den bovenkop en achternek. Overigens verschillen beide niet in levenswijze en worden ook even zeldzaam in de lagere intermangrove terreinen aangetroffen.

NASICA, LESS.

N. longirostris, Vieill.

Ad. Bov.d. helder donker roestbruin ; kop en achternek donkerbruin met smalle, licht okergele schachtstrepen aan den bovenkop, en breedere, witte schachtstrepen aan den achternek ; lange wenkbrauwlijnen wit; keel en hals wit; buik bruin; borst en bovenbuik met talrijke, lange, breede, spitse, witte schachtvlekken met eenigszins donkerder, bruine zoomen; dekv. ond. d. vl. helder okergeel; bovensnavel bruinachtig, ondersnavel lichter; pooten loodgrijs. L. 28, vl. 13-5» 1 ~1 Geogr. dist. Venezuela, de Guiana's, het dalgebied der Amazone en O. Ecuador. Lok. dist. De Oerwouden.

„De Langsnavel Boomklimmer, eng. Long-billed or Whitethroated Woodhewer, fr. Grimpard a gorge blanche, bezit, gelijk de naam aanduidt, een langen, zijdelings samengedrukten, doch slechts weinig gebogen snavel van omstreeks 5 of 6 c.M. lengte. Hij komt slechts in het oerwoud voor en zelden of nooit in den omtrek van bewoonde plaatsen, maar verschilt overigens, wat levenswijze aangaat, niet van den Gevlekten Boomklimmer.

Sluiten