Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Argentinië en ten noorden van Panama treft men slechts enkele soorten aan.

Onze M. zijn alle kleine vogels, die in grootte varieeren van af een Todirostrum tot een Pitangus sulphuratus. In de lagere intermangrove terreinen langs de kust komen ze slechts zelden voor, doch in het binnenland, vooral de streek der oerwouden, worden M. talrijker aangetroffen dan eenige andere vogelfamilie. Inderdaad, van de tien vogels, die men daar ziet, behooren zes tot de Formicariidcv.

Behalve uit andere insecten bestaat het voedsel der M., gelijk de naam aanduidt, grootendeels uit mieren, hoewel enkele der grootere, sperwerachtige soorten, ook jonge vogels of kruipende diertjes niet versmaden. In de binnenlanden volgen vele M„ dikwijls in troepjes, de rijen der Rengo-mieren, Yaks of Roofmieren, Eciton s/>., teneinde de opgejaagde insecten te bemachtigen. Maar vele voeden zich ook met de mieren zelve, w.o. zelfs de allerkwaadaardigste soorten. Hiertoe worden ze in staat gesteld door hun zacht los vederkleed. Vooral de vederen aan den onderrug en stuit zijn lang en zacht, hoewel dit bij vele soorten ook wel het geval is met de flank-of buikvederen. Vele hebben ook tussohen de schouders eene eigenaardige, doorgaans zuiver witte plek, gevormd door de basis der vederen. Maar om te begrijpen wat die witte rugvlek beteekent of hoe zij ontstond, moet men de M. in levenden staat waarnemen, m. a. w. de eigenaardige houding, hoog opgerichte pooten, neergedrukte schouders en hals, alsmede opgerichte vederen, waarmede deze vogels tusschen een troep venijnige mieren springen. Het mannetje ziet er in den regel zwart, grijs en wit uit, geheel in tegenstelling met de meer bruinachtig en geelachtig gekleurde wijfjes en jongen. Jonge mannetjes dragen het volkomen vederkleed eerst 11a drie seizoenen. Bij de meeste door mij waargenomene soorten zijn de mannetjes talrijker dan de wijfjes.

In tegenstelling met de meeste der Doornstaarten bezitten M. een endkerf of hoek aan het uiteinde van den bovensnavel. Maar de min of meer zijdelings samengedrukten snavel is doorgaans korter, zelden iets langer dan de kop en varieert

Sluiten