Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„De Breedsnavel Mierensperwer, eng. Broad-billed Antshrike, onderscheidt zich door een breeden snavel met talrijke ontwikkelde borstelharen bij den snavelwortel, evenals een Tiranvogel, doch de rugvederen zijn lang en zacht.

Langs de kust wordt de B. M. zeldzaam aangetroffen, maar in het binnenland behoort hij tot de gewone soorten, vooral in het dichte struikgewas langs waterkanten. Meermalen ziet men ook enkele paren tusschen de troepen vogels, die gezamenlijk de wouden doorkruisen.

Subfam. der FORMICARIINCE.

EIGENLIJKE MIERENVOGELS.

Genera.

A. Kleinere vormen met zwakkere snavels.

a. Snavel niet langer dan de kop.

* Staart zeer kort.

.... MYRMOTHERULA, SCL.

* * Staart middelbaar of verlengd.

„Snavel dikker.

.... HERPSILOCHMUS, CAB.

„Snavel moderaat.

FORMICIVORA, SW.

„Snavel dun.

. . . TERENURA, CAB. ET HEINE.

b. Snavel langer dan de kop.

. . . RHAMPI lOC^ENES, VIEILL.

B. Middelbaar groote of groote vormen ; snavel krachtiger of lijsterachtig.

ft. Middelbaar groote vormen; vederkleed op enkele uitzonderingen na met veel zwart en grijs.

* Scutellen aan de tarsi duidelijk te zien.

§ Snavel korter.

CERCOMACRA, SCL.

Sluiten