Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ook de Zwartbuik Mierenvogel, eng. Black-bellied Antbird, fr. Fourmilier a ventre noir, onderscheidt zich door een onbèvederden oogomtrek, doch is overigens verwant aan de Formicarii. De tarsi zijn echter bijna glad, de staartpennen naar verhouding langer, terwijl de ronde neusgaten zich meer voor aan den bovensnavel bevinden.

De Z. M. moeten tot onze zeldzame species gerekend worden, die zelden of nooit de lagere kuststreken naderen.

FORMICARIUS, BODD.

F. colma, Gm. = Le Tctcma de Cayenne, Daub. = Myrmothera c., Lab. in Schotnb. Reis.

Ad Bov.d. olijfbruin; geheele bovenkop en voorkop kastanjebruin; staart zwartachtig; lora, kopzijden en ond.d. tot middenborst zwart, overgaande m bruin aan flanken, onderbuik en dekv. ond. d. st.; dekv. ond. d. vl. zwartachtig; een hcht bruinachtig gele basisband onder aan de slagp.; snavel zwartachtig; pooten br achtig; iris bruin. Jong. Lora en keel wit gevlekt; overigens als ad. I.. 16.5, vL B. , st. 5. Geogr. dist. Z. O. Brazilië tot Eng. Guiana. Lok. dist. Het binnenland.

„Evenals de volgende 3 species, bezit de Bruinkop Mierenvogel, eng. Chesnut-headed Ant-bird, fr. Têtema a tête brune, korte, compacte vedertjes voor de neusgaten. De oogomtrek is slechts van achteren onbevederd, terwijl de scutellen aan de tarsi nogal duidelijk te zien zijn. De langwerpige neusgaten bevinden zich dichter bij den snavelwortel dan bij het voorgaande geslacht. Ook de staart is korter en minder afgerond, terwijl het vederkleed uit kortere, compactere vederen bestaat dan bij de meeste andere Mierenvogels.

Dc B. M. wordt nogal dikwijls in het struikgewas of op den grond in onze binnenlanden aangetroffen, maar nadert zelden de kuststreken. Bij de Warrau's staat hij bekend als Hebakatinerarub (Schomb.).

Sluiten