Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

landen voor en verschilt overigens in levenswijze niet van de andere soorten.

QRALLARICULA. SOL.

G. nana, Lafr.

Ad. Bov.d. olijf bruin; bovenkop en achternek grijs; lora en rand om de oogen roodbruin; vleugels en staart bruin; ond.d. donker roestrood, middenbuik bijna wit; snavel donkerbruin; pooten bruinachtig. L. 11.3, vl. 0.8, st. 3.5, tars. 3. Geogr. dist. Columbia tot Eng. Guiana.

„De Bruinborst Grondmierenvogel, eng. Rusty-breasted Ground-bird, uit het binnenland van Demerara, is kleiner dan de voorgaande Grondmierenvogels en komt meer overeen met de volgende familie. De inwendige organisatie is evenwel nog niet onderzocht. De eieren van G. cucullata, uit Columbia, worden beschreven als geelachtig, met inéénvloeiende, roodbruine en lavendelkleurige vlekken om het stompe end der schaal.

Familie der CONOPOPHAGID/Ë.

MUSKIETEN VANGERS.

„Slechts 11 soorten Muskietenvangers, eng. Mosquito-catchers, zijn bekend, uitsluitend op het vasteland van Z.-Amerika, van af Columbia tot Z. O. Brazilië en Bolivia. In de Guiana's komen 2 soorten voor, gerangschikt onder 2 genera.

M. komen in lichaamsvorm veel overeen met Grondmierenvogels, hoewel de rug- en stuitvederen niet lang en los zijn zooals de vederen der onderdeelen. De snavel is iets korter dan de kop, breeder dan hoog bij de basis en aan het uiteinde opmerkelijk gehoekt. De pooten zijn lang, de tarsi, volgens Sclater, „exaspidean" als bij de Tyrannidcc. Forbes beschrijft het borstbeen als van vier inkervingen aan den achterrand voorzien.

Sluiten