Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CORYTHOPIS.

quito-catchers, behooren tot onze zeldzame soorten, hoewel dit ook het geval is in Demerara en Cayenne.

B. M. zien er zeer eigenaardig uit met hun bont vederkleed en breede, sneeuwwitte lijnen achter de oogen. De snavel is bijna tweemaal zoo breed als hoog en gelijkt van boven wel wat op den snavel der Pachyrhamphi, doch ter zijde op dien van een typischen Thamnophilus.

CORYTHOPIS, SUND.

C. anthoides, Cuv.

Ad. Bov.d. olijf bruin, vleugels en staart bruiner; lora witachtig; ond.d. wit met een zwarten borstband en zwarte buikstrepen; flanken eenigszins groenachtig; bovensnavel zwartachtig, ondersnavel lichter grijsachtig geel; pooten grijs; iris bruin. L. 14, vl. 6.5, st. 5, tars. 2.3. Geogr. dist. De Guiana's en het dalgebied der Amazone. Lok. dist. Het binnenland.

„De Witkeel Muskietenvangers, eng. White-throated Mosquito-catchers, behooren tot de subsoort C. torguatus anthoides, Tsc/t., en zijn tevens nauw verwant aan de voorgaande soort, doch verschillen door rechtere achterklauwen. Zij komen tevens niet zoo zeldzaam voor en worden nogal dikwijls in het binnenland waargenomen, vooral op den grond of in het dichtste struikgewas. Hun geluid klinkt zeer eenvoudig.

C. a. broedt gedurende het regenseizoen. Het nest bestaat uit vezels, twijgjes enz., geheel bedekt met mos en wordt gebouwd naast een stuk rottend hout enz. op den grond. De 2 eieren zouden overeenkomen met de eieren van R. rujiventris uit Guatemala. Deze worden beschreven als geelachtig wit, met zwartbruine stipjes en lijntjes om het stompe end der schaal.

Sluiten