Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontwikkelde, min of meer spitse vleugels, maken eene tamelijk snelle vlucht mogelijk. Het vel is bij al onze species nog al dik en stevig. Bijna alle kleuren van den regenboog worden in het vederkleed aangetroffen, doch zwart en geel praedomineeren. Beide seksen verschillen eenigszins of soms ook opmerkelijk in kleur; de wijfjes zijn doorgaans kleiner, de jongen doffer van tint dan de ouden. In lichaamsgrootte varieeren onze soorten tusschen eene groote Duif en eene Blauwe lanager.

Alle B. leven in troepen, sommige species uitsluitend op boomen, andere in het struikgewas langs waterkanten of op den grond. Vele zijn beperkt tot den kustzoom, terwijl andere uitsluitend de wouden en savannes van het binnenland bewonen. Hun voedsel bestaat uit vruchten en insecten. Hun gezang klinkt meermalen zeer eigenaardig en dikwijls als eene nabootsing van andere vogelgeluiden. Naar men beweert, zouden enkele der grootere soorten als Eksters leeren praten of fluiten.

„Wat voortteling aangaat, verschillen B. onderling ten zeerste. Sommige nestelen te zamen in koloniën, enkele geven de voorkeur aan de eenzaamheid ; bij ééne soort leeft het mannetje in bigamie. Vele species bouwen kunstige, hangende, buidelvormige nesten, andere weer platte, komvormige nesten, terwijl weer andere hunne eieren op den grond leggen, of wel, evenals de parasitische Koekoeken, in de nesten van andere vogels. Ook de eieren verschillen aanmerkelijk, maar zijn doorgaans nogal klein, met bruine en zwarte vlekken, lijnen en strikken op een lichteren ondergrond. Bij de meeste soorten broeden beide seksen; bij velen schijnen de mannetjes talrijker dan de wijfjes.

Subfamilicn.

A. Neusgaten open; culmenbasis inin of meer verbreed tot een schild aan den voorkop. . . .

CASSICINJE.

B Neusgaten min of meer door een vlies bedekt; culmenbasis verhoogd, maar niet verbreed.

a. Culmen recht of bijna recht; culmenbasis min of meer plat.

„Bovenslagp. normaal. ...

AGELiEIXyE.

Sluiten