Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Zwarten Ponpon en gaat ook van dezeitae Dewegingen vergezeld; de zanger raakt ook in extase, stoot dan een luid „bon-bon-bon-kie-rie-ta-rie" uit, grijpt met zijne pooten den tak stevig vast en draait er enkele malen omheen, als een acrobaat om een rekstok.

O. v. broedt vooral gedurende het kleine, droge seizoen. Het nest komt overeen met dat der voorgaande soort, maar is soms korter en breeder; het wordt evenzoo in acht of tien dagen gebouwd. Enkele malen treft men de nesten van beide species te zamen in één boom aan. Het wijfje legt 2 eenigszins gestrekt ovale, bijna glanslooze eieren van een grijsachtig groene kleur met zwartbruine, purperbruine en lilagrijze vlekjes, dwarslijnen, strikjes, stippen enz., soms om het midden of het stompe end der schaal. M. afin. 40 X 25 m.M.

De exemplaren varieeren uitermate van af bijna eenkleurig tot de typische bevlekking. Kleine windeieren komen dikwijls voor. Ook treft men de eieren soms in de nesten der voorgaande soort aan.

Beide seksen broeden, en schijnen even talrijk.

CASSICUS, CUV.

C. persicus, L. = td., Cab. m Schotnb. Reis.

Ad. Glanzend zwart met eene groote gele vlek aan de vl.dekv.; onderrug, stuit en basishelft v. d. st. helder geel; snavel geel; pooten zwart; ir.s blauw. Jovg. Ongeveer als ad., maar min of meer roestbruin getint; snavel vuilgeel; iris blauwzwart. L. 28. vl. .5, st. ... De wijfjes zijn kleiner, vl. .2, en tevens dofler van tint. Geogr. dist. Z.-Amerika, van af Columbia tot Z.-Brazilië en Bolivia. Lok. d,st. Vooral de lagere streken.

Evenals de volgende 2 soorten onderscheiden Banaanbekken, eng. Yellow-backed Cassiques of Mocking birds, fr. Cassiques noirs a bec jaune, zich door gekleurde snavels, doch kleinere schilden aan den voorkop. De lange, smalle vederen aan den achterkop zijn tevens korter, terwijl de staart er eemgszins gaffelvormig, niet rond, uitziet. De oogen zijn blauw van kleur-

Sluiten