Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MOLOTHRUS, SW.

M. atronitens, Cab. = id., Cab. m Schomb. Reis.

<ƒ Glanzend purperachtig zwart; vleugels en staart min of meer bronsachtig zwart; snavel zwart; pooten zwart; iris zwartbruin. § Donkerbruin, met eene min of meer purperachtige tint; ond.d. lichter van kleur; snavel donkerbruin evenals de pooten; iris bruin. L. 19, vl. 9.3, st. 7. De wijfjes zijn kleiner, vl. 8. Geogr. dist. Venezuela, de Guiana's en Trinidad. Lok. dist. Vooral de lagere streken.

„De Kleine Zwarte Koornvogels, eng. Lazy-birds, Cow-birds, fr. Petits Troupiales noirs, hebben naar verhouding kleinere, langere snavels dan de voorgaande soort. De uiteinden der staartpennen zijn tevens niet spits.

„In de kolonie staan K. Z. K. bekend als Ningre-siepie (Negerschepen) of wel Pikien Karoefowroe d.w.z. Kleine Koornof Maïsvogels. Deze naam doelt echter op eene gelijkenis in kleur met de Groote Zwarte Koornvogels en niet op het voedsel,

dat bestaat uit insecten en zaden, zooals rijst, maar geen mais. Onder de Arowakken heet de K. Z. K. Hiebiebiejoe en bij de C araïben Kalawse,evenals zoovele andere rijstetende vogels.

K. Z. K. komen talrijk in de lagere k„p van Molothrus atronitens. streken, vooral opene pleinen, rijstvelden en savannes voor. Na en voor het broedseizoen leven ze in vluchten van dikwijls honderde individuen, die dikwijls alleen uit mannetjes, of wijfjes en jongen, maar soms ook wel uit beide seksen bestaan. Snel en laag bij den grond trekken ze vooral tegen zonsondergang van het eene veld naar liet andere, maar verspreiden zich bij dag min of meer, ten einde op den grond, tusschen het gras enz. naar voedsel te zoeken.

K. Z. K. leven in gevangenschap tamelijk lang. De zang der mannetjes wordt voorafgegaan door een geluid als „klok, klok, klok". De zanger laat dan den kop hangen, terwijl de eenigszins dicht op elkander staande nekvederen op en neer gaan. Eensklaps echter springt hij met eene vaart vooruit en

Sluiten