Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. croconotus, Wagl. = I. jamacaii, Cab. in Schomb. Reis. — Xanthornus c.

Ad. Helder oranjegeel; voorkop, kopzijden, keel en staart zwart; vleugels zwart; kleinere vl.dekv. oranjegeel; buitenzoomen der slagp. v. d. 2den rang wit; snavel zwart, basis loodgrijs; pooten zwartachtig. L. 20, vl. 9.5, st. 9■ ^■ Geogr. dist. De Guiana's, het dalgebied der Amazone, Ecuador en het binnenland van Brazilië.

„De Oranjegele Banaanvogel, eng. Orange-colored Plantainbird, behoort niet alleen tot onze fraaiste soorten, maar trekt ook door zijn aangenaam, fluitend gezang de aandacht tot zich.

O. B. worden slechts zelden in de kuststreken aangetroffen, maar in het binnenland behooren ze, vooral op boomen en struiken langs de savannes tot de gewone soorten, die men meermalen ook tam ziet rondvliegen in Indiaan-

sche kampen. Kop van Icterus croconotus.

I. c. broedt vooral gedurende het kleine droge seizoen. Het nest van dunne grashalmen zou geheel overeenkomen met dat van den gewonen Banaanvogel.

Subfam. der QUISCALINiE.

„De leden dezer onderfamilie onderscheiden zich door een nogal spitsen, eenigszins gebogen snavel, maar geen verbreetle culmenbasis. De staart is lang en rond. De pooten zijn krachtig, en lang, zeer geschikt voor eene levenswijze op den grond.

Alle bekende Q. bouwen opene, komvormige nesten en leggen eigenaardig gevlekte eieren.

Genera.

A. Voorkopvederen rechtopstaand.

. . . LAMPROPSAR, CAB.

B. Voorkopvederen normaal.

. . . QUISCALUS, VIEILL.

Sluiten