Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan bij de voorgaande soort. Verder hebben B. K. lange, ronde staarten, waarvan de korte buitenrectrices onder het vliegen boven de middelste geplaatst worden, zoodat de staart als het ware bij den wortel omgedraaid schijnt en veel heeft van eene omgekeerde boot. De oogen zijn geel van kleur en steken scherp af tegen het zwarte vederkleed.

B. K. staan in de kolonie bekend als Geel-ai-Karoe-fowroe, d. w. z. Koornvogel met gele oogen, of ook wel als Tjapoetiekie, omdat de staart gedraaid is als de „tiekie" (handvat of stok) van een tjapoe.

Men treft ze talrijk aan, doorgaans in troepjes op opene terreinen, zooals pans, rijstvelden, weilanden enz. Hun voedsel, dat uit graan, zaden en insecten bestaat, wordt doorgaans op den grond vergaderd.

Q. 1. broedt vooral gedurende de droge seizoenen. Het komvormige nest, bestaande uit riet, droog gras enz., meet ongeveer 12 c.M. in doorsnede en wordt, vooral aan de zeekust, in het struikgewas of aan de riethalmen enz. bevestigd. De 3 tot 5 eieren zijn ovaal, soms eenigszins elliptisch, min of meer glanzend grijsachtig, blauwachtig groen, gevlekt met bruine, zwartbruine en lilagrijze vlekjes, stippen, alsmede duidelijke aderen, draden of dwarslijnen om het stompe end of het midden der schaal. Af. afm. 26 X lt!-5 m.M.

Beide seksen broeden. De jongen zien er bruiner uit dan de ouden in het volkomene vederkleed. Na den broedtijd verzamelen de B. K. zich tot vluchten.

Familie der FRINGILLID/E.

VINKEN.

„Van de ongeveer 560 bekende soorten Vinken, eng. Finches, fr. Pinsons, die overal, uitgezonderd in Australië, voorkomen, worden 30 species, gerangschikt onder 14 genera en 3 sub-

VINKEN.

Sluiten